HCC wordtlid banner

De geschiedenis van wifi: hoe een Nederlandse vinding de wereld draadloos maakte

,

Wifi-logo

De laatste vijftig jaar zijn er enorm veel ontwikkelingen geweest op computergebied. Ik ga je aan de hand van een serie artikelen meenemen door die periode vol ontwikkelingen, vreemde uitvindingen, verdwenen merken en nog veel meer. Vandaag in deel 45 de geschiedenis van wifi: hoe een Nederlandse vinding de wereld draadloos maakte.

vocablitz internet 8754075 1920Als je vandaag thuis op de bank een serie streamt, op zolder een videogesprek voert terwijl beneden slimme lampen reageren op een app, voelt dat volkomen normaal. Internet is overal in huis. Het hangt onzichtbaar in de lucht, altijd beschikbaar, altijd klaar. Pas als de verbinding wegvalt, merk je hoe afhankelijk we ervan zijn geworden. Dat was ooit totaal anders.

Er was een tijd dat internet thuis betekende dat één computer met een kabel aan de muur hing. De telefoonlijn was bezet, het modem piepte, en wie in een andere kamer wilde werken, had pech. Internet had letterlijk een vaste plek. Dat die verbinding ooit draadloos zou worden, was in die tijd eerder een experiment dan een vanzelfsprekend toekomstbeeld.

Toch begon precies daar de weg naar wifi: een technologie die uitgroeide van niche-experiment tot onzichtbare infrastructuur onder het moderne leven. En opvallend genoeg begint dat verhaal voor een belangrijk deel in Nederland.

De wortels liggen in Nieuwegein
Hoewel veel mensen denken dat wifi pas ontstond toen de eerste thuisrouters verschenen, gaat de geschiedenis verder terug. Al in 1987 werd bij NCR in Nieuwegein een eerste prototype van WaveLAN gedemonstreerd. Dat systeem was bedoeld om apparaten draadloos met een netwerk te verbinden; een radicale gedachte in een tijd waarin bekabeling de norm was. Wat begon als experimenteel netwerksysteem groeide in de jaren erna uit tot een serieuze technologische basis voor wat later wifi zou worden.

In die ontwikkeling speelden verschillende Nederlandse pioniers een hoofdrol. Cees Links zag vroeg dat draadloze netwerken niet alleen technisch interessant waren, maar ook een consumentenproduct konden worden. Bruce Tuch leverde belangrijke technische bijdragen. En Vic Hayes, later voorzitter van de IEEE 802.11-werkgroep, speelde een beslissende rol in de standaardisering.

Juist dat laatste is cruciaal. Een uitvinding alleen is zelden genoeg. Technologie wordt pas groot als apparaten van verschillende fabrikanten met elkaar kunnen samenwerken. Zonder open standaard had draadloos netwerken makkelijk kunnen eindigen in een wirwar van incompatibele systemen. Dat gebeurde niet. En juist daarom wordt Vic Hayes geregeld de “vader van wifi” genoemd.

De eerste officiële standaard
In 1997 publiceert IEEE de eerste officiële 802.11-standaard. Die ondersteunt maximaal 2 Mbit/s via de 2,4GHz-band. Vandaag klinkt dat bijna komisch langzaam, maar het principe was revolutionair: netwerktoegang zonder kabel.

De echte doorbraak volgt in 1999 met 802.11b. Voor het eerst is draadloos netwerken snel én betaalbaar genoeg voor consumenten. 11 Mbit/s lijkt destijds indrukwekkend, en ineens wordt het denkbaar om een laptop mee te nemen van werkkamer naar woonkamer zonder kabels los te trekken.

In hetzelfde jaar verschijnt 802.11a, dat op 5GHz werkt en 54 Mbit/s haalt. Technisch loopt die versie vooruit op zijn tijd, maar de kosten remmen de doorbraak. Rond deze periode ontstaat ook de naam Wi-Fi. De standaard heet technisch gezien 802.11b, maar consumenten kopen geen standaardnamen. Ze kopen herkenbare producten. De merknaam helpt van een technische specificatie iets begrijpelijks te maken. Dat bleek minstens zo belangrijk als de technologie zelf. De naam lijkt op “Hi Fi”, wat hielp bij de acceptatie.

Apple maakt wifi zichtbaar
Een belangrijke versneller kwam van een onverwachte kant: Apple. Toen Apple eind jaren negentig AirPort introduceerde, werd wifi voor het eerst echt zichtbaar voor gewone gebruikers. Draadloos internet werd geen abstracte netwerktechniek meer, maar iets tastbaars: een functie, een product, een belofte van gemak. Dat moment maakte van wifi feitelijk een consumententechnologie. Niet omdat Apple het had uitgevonden, maar omdat het liet zien hoe ingewikkelde techniek eenvoudig kon voelen.

satheeshsankaran connection 6787481 1280De router wordt het hart van het huis
Rond dezelfde tijd verandert ook thuisinternet zelf. Met ADSL en kabelinternet ontstaat permanente verbinding. Inbellen verdwijnt. De telefoonlijn blijft vrij. Maar zodra meerdere apparaten internet willen delen, ontstaat behoefte aan iets nieuws: de router.

De eerste routers zijn volledig bedraad. Pas wanneer wifi betaalbaar wordt, verschijnen apparaten die modem, router en draadloos access point combineren. Dat simpele kastje groeit daarna gestaag in belang.

Fabrikanten voegen beveiliging toe. Gastnetwerken. Automatische kanaalkeuze. Ouderlijk toezicht. Band steering, waarbij apparaten automatisch tussen frequentiebanden worden gestuurd. De router verandert van doorgeefluik in netwerkbrein. En dat proces loopt nog altijd.

Wifi ontwikkelt zich in generaties
In 2003 verschijnt 802.11g en wordt jarenlang de standaard in huishoudens. Maar de echte grote sprong volgt in 2009 met 802.11n. Daar verschijnt MIMO, Multiple Input Multiple Output. Meerdere antennes kunnen meerdere datastromen tegelijk verwerken. Dat verhoogt snelheid én stabiliteit. Voor het eerst begint wifi serieus een alternatief voor ethernet te worden. Daarna versnelt de evolutie. 802.11ac, vanaf 2013, gebruikt uitsluitend 5GHz, levert snelheden boven 1 Gbit/s en voegt betere beamforming toe: signalen worden gerichter naar apparaten gestuurd.

In 2019 volgt Wi-Fi 6, gebaseerd op 802.11ax. Niet alleen sneller, maar slimmer. Minder vertraging, efficiënter gebruik van spectrum, beter omgaan met drukke netwerken. En dat laatste werd essentieel. Want het moderne huis telt geen drie apparaten meer, maar dertig: smartphones, laptops, televisies, camera’s, sensoren, thermostaten, consoles… Wifi werd niet langer alleen een snelle verbinding, maar een systeem dat drukte moest organiseren.

Met Wi-Fi 6E komt daar 6GHz bij. En inmiddels dient Wi-Fi 7 zich aan. Niet alleen met hogere snelheden, maar vooral met lagere latency en bredere kanalen. De focus is verschoven. Vroeger draaide wifi om snelheid. Nu om capaciteit.

De onzichtbare techniek eronder
Die vooruitgang kwam niet alleen door snellere chips. Ook radiotechniek werd slimmer. Met OFDM wordt data opgesplitst in meerdere parallelle subcarriers, waardoor verbindingen robuuster worden tegen ruis. MIMO gebruikt meerdere antennes tegelijk. MU-MIMO maakt het mogelijk meerdere apparaten gelijktijdig te bedienen. Beamforming richt signalen doelgerichter. Foutcorrectie voorkomt dat kleine storingen meteen tot pakketverlies leiden.

Al die technieken werken grotendeels onzichtbaar, maar maken dat modern wifi fundamenteel intelligenter is dan simpelweg “radio met internet”.

Waarom 2,4 GHz soms beter werkt dan 5 GHz

ricardo duque wifi 1290667 1280Sneller betekent niet altijd beter. De 2,4GHz-band heeft doorgaans groter bereik en gaat beter door muren. 5 GHz en 6 GHz leveren hogere snelheden, maar hebben meestal minder bereik. Moderne routers balanceren daarom automatisch tussen banden, afhankelijk van afstand en belasting.

Leven in een drukke ether
Wifi moest bovendien leren samenleven met andere draadloze systemen. De 2,4GHz-band wordt gedeeld met Bluetooth, babyfoons, draadloze telefoons en zelfs magnetrons. Dat veroorzaakt interferentie. Vooral in dichtbevolkte gebieden werd dat een probleem. Juist daardoor ontstonden automatische kanaalkeuze, betere modulatie en uiteindelijk de verschuiving naar 5 en 6 GHz.

Interessant is dat wifi en Bluetooth elkaar daarbij niet verdrongen, maar aanvulden. Bluetooth bleef ideaal voor korte afstand en laag energieverbruik, wifi voor hoge snelheid en netwerktoegang.

In moderne apparaten zitten beide radio’s vaak in dezelfde chip, waarbij intern wordt afgestemd wanneer welke mag zenden. Dat heet coexistence. En zonder dat merk je het dagelijks. Je streamt muziek via Bluetooth terwijl je laptop op wifi werkt, zonder erbij stil te staan hoe veel coördinatie daarvoor nodig is.

Van één router naar mesh
Ook het idee van één router in de meterkast bleek uiteindelijk niet genoeg. Grotere huizen, dikke muren en meerdere verdiepingen zorgden voor dode zones. Mesh-systemen boden een andere aanpak. Niet één zender, maar meerdere knooppunten die samenwerken als één netwerk. Apparaten schakelen automatisch over naar het beste punt. Routes worden dynamisch aangepast. Het netwerk optimaliseert zichzelf. Dat is fundamenteel iets anders dan de klassieke router. Wifi werd daarmee minder een apparaat en meer een zelf-organiserend systeem.

Van luxe naar infrastructuur
Aanvankelijk was wifi een handige toevoeging. Daarna werd het gemak. Nu is het infrastructuur. De coronapandemie maakte dat misschien wel het duidelijkst. Huizen veranderden tegelijk in kantoor, klaslokaal en vergaderruimte. Plots bleek de router bijna net zo essentieel als elektriciteit. En juist doordat wifi onzichtbaar is, wordt dat belang vaak onderschat. Je merkt het pas als het wegvalt.

Meer dan een internationale standaard
Wifi is zonder twijfel internationale technologie. Maar de basis ligt opvallend sterk in Nederland. Van WaveLAN in Nieuwegein tot de standaardisering onder Vic Hayes en de commercialisering door Cees Links: weinig alledaagse technologieën hebben zulke duidelijke Nederlandse wortels.

Dat maakt wifi niet exclusief een Nederlandse uitvinding. Maar wel een technologie waarin Nederland aan de wieg stond.

Tot slot
Wifi begon als experiment in draadloze netwerken en groeide uit tot ruggengraat van het moderne digitale leven. De thuisrouter, ooit een simpel kastje dat internet verdeelde, werd een slim netwerkbrein dat tientallen apparaten tegelijk bedient. Waar Bluetooth de korte lijntjes verzorgt tussen apparaten, zorgt wifi voor de grote verbinding: snel, stabiel en overal in huis.

Samen vormen ze de onzichtbare infrastructuur die ons dagelijks leven draaiende houdt. En misschien is dat wel het meest bijzondere van wifi. Dat een technologie die ooit begon als experimentele radioverbinding in Nieuwegein, vandaag zo vanzelfsprekend is geworden dat we haar meestal pas opmerken als ze even verdwijnt.


Meer artikelen in de serie De geschiedenis van vind je hier


Over de auteur

Marco Mekenkamp is eindredacteur van PC-Active. Dit 108 pagina's tellende magazine verschijnt elke twee maanden en is te koop in de winkel. Leden van HCC krijgen PC-Active zes keer per jaar thuisgestuurd als onderdeel van het HCC-lidmaatschap.

'Meld je aan voor de nieuwsbrief'

'Abonneer je nu op een of meerdere van onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van onze activiteiten!'

Aanmelden