De overgang van de beeldbuis naar platte schermen was een zichtbare revolutie. Het televisietoestel dat eerst een groot meubelstuk was, veranderde in een dun scherm dat aan de muur kon hangen. Maar de grootste verandering voltrok zich misschien wel onzichtbaar. Achter het scherm veranderde namelijk minstens zoveel. De televisie werd digitaal. Analoge signalen maakten plaats voor bits en bytes, kabels werden datanetwerken en de televisie werd verbonden met dezelfde digitale wereld als computers en smartphones. De moderne televisie is daardoor niet langer alleen een apparaat om naar programma’s van omroepen te kijken. Het is een computer die toevallig ook beelden kan weergeven.
Deze ontwikkeling sluit nauw aan bij veel eerdere onderwerpen uit deze serie. De komst van digitale televisie was alleen mogelijk dankzij ontwikkelingen zoals de transistor, de microprocessor, computeropslag, datacompressie, internet en wifi.
Van analoog naar digitaal
De klassieke televisie werkte volledig analoog. Een televisiezender stuurde een continu elektrisch signaal uit waarin de helderheid en kleur van ieder beeldpunt waren vastgelegd. Elke kleine verandering in het beeld betekende een verandering in het signaal. Dat werkte tientallen jaren uitstekend, maar had beperkingen. Een analoog signaal werd namelijk steeds gevoeliger voor ruis. Een zwak televisiesignaal leverde geen perfect beeld meer op, maar een beeld met sneeuw, strepen of vervormde kleuren.
Bij digitale televisie werkt dat anders. Het beeld wordt eerst omgezet in cijfers. Iedere pixel wordt beschreven met digitale gegevens. Die gegevens kunnen vervolgens worden gecontroleerd, gecorrigeerd en gecomprimeerd. Daardoor ontstaat een belangrijk voordeel: een digitaal signaal is óf goed, óf niet goed. Er ontstaat niet geleidelijk steeds slechter beeld zoals bij analoge televisie.
Waarom digitaal beeld soms blokjes vertoont
Digitale televisie heeft een merkwaardig verschijnsel dat analoge televisie niet kende. Bij een zwak analoog signaal kreeg de kijker ruis: kleine witte puntjes of strepen. Bij digitale televisie blijft het beeld vaak perfect totdat de foutcorrectie de problemen niet meer kan herstellen. Dan ontstaan plotseling blokjes, stilstaand beeld of een volledig wegvallend signaal. Dit wordt ook wel het digitale cliff-effect genoemd. Het beeld valt niet langzaam achteruit, maar lijkt plotseling van een uitstekende kwaliteit naar helemaal niets te gaan.
Digitale televisie en compressie
Een ongecomprimeerd digitaal televisiebeeld bevat enorme hoeveelheden gegevens. Een moderne 4K-video bestaat uit miljoenen pixels die tientallen keren per seconde veranderen. Zonder compressie zou een televisiezender een gigantische hoeveelheid data moeten versturen. Dat is praktisch onmogelijk.
De oplossing kwam uit de wereld van datacompressie. Technieken zoals MPEG konden veel overbodige informatie verwijderen zonder dat de kijker daar veel van merkte. Zo hoeft niet ieder beeld volledig opnieuw verzonden te worden. Als een achtergrond niet verandert, kan de televisie die informatie hergebruiken. Dit principe is vergelijkbaar met hoe bestanden op een computer kleiner worden gemaakt. Meer hierover lees je in De geschiedenis van datacompressie.
DVB: de nieuwe standaard voor digitale televisie
Toen digitale televisie technisch mogelijk werd, moest er een internationale standaard komen. In Europa werd gekozen voor DVB, wat staat voor Digital Video Broadcasting. DVB beschrijft hoe digitale televisiesignalen worden verzonden en ontvangen. Er bestaan verschillende varianten:
- DVB-C voor kabeltelevisie;
- DVB-S voor satelliettelevisie;
- DVB-T voor digitale ethertelevisie.
Later verschenen verbeterde versies zoals DVB-T2, waarmee meer zenders en hogere beeldkwaliteit mogelijk werden.
Nederland stapte begin deze eeuw geleidelijk over van analoge naar digitale televisie. De oude antennesystemen verdwenen en kabelmaatschappijen gingen steeds meer digitale diensten aanbieden.
Kabel werd een datanetwerk
Voor veel Nederlanders was de kabel jarenlang alleen bekend als de aansluiting voor televisie. Maar de kabel veranderde langzaam in een volwaardig communicatienetwerk. Dezelfde kabel die televisiesignalen vervoerde, kon ook internet en telefonie aanbieden. Dat was mogelijk doordat kabelbedrijven de beschikbare frequenties slimmer gingen gebruiken. Televisie, internet en telefonie kregen ieder hun eigen digitale “kanaal”.
Deze ontwikkeling betekende een enorme verandering. De televisieaansluiting werd niet langer alleen een ingang voor beeld, maar een verbinding met de digitale wereld. Meer over deze ontwikkeling is terug te vinden in De geschiedenis van telecommunicatie (link toevoegen).
HDMI: de digitale kabel die alles veranderde
Toen televisies digitaal werden, ontstond een nieuw probleem. Hoe verbind je een digitale ontvanger, computer, spelcomputer of Blu-ray-speler met een televisie zonder het signaal eerst om te zetten naar analoog? Het antwoord kwam in 2003 met HDMI.
HDMI staat voor High-Definition Multimedia Interface. Via één kabel kunnen digitale beeld- en geluidssignalen worden verstuurd. Daardoor verdwenen de vele losse kabels die vroeger nodig waren. Een moderne HDMI-kabel kan tegenwoordig hoge resoluties zoals 4K en 8K verwerken, meerkanaals geluid doorgeven, HDR-informatie transporteren en apparaten onderling laten communiceren. HDMI is daarmee een van de belangrijkste standaarden geworden in de moderne huiskamer.
Waarom er vroeger zoveel kabels achter de televisie lagen
Wie een videorecorder, dvd-speler en spelcomputer op een oude televisie wilde aansluiten, kreeg vaak een wirwar van kabels. Er waren aparte aansluitingen voor beeld, links geluid, rechts geluid en soms zelfs verschillende kabels voor kleurinformatie. De analoge scartkabel maakte daar grotendeels een einde aan. Bij digitale apparatuur kunnen vrijwel al deze signalen door één HDMI-kabel. Het lijkt een kleine verbetering, maar het maakte de installatie van audiovisuele apparatuur voor consumenten veel eenvoudiger.
Hoge resolutie: van HD naar 8K
Digitale televisie maakte veel hogere resoluties mogelijk. De eerste grote stap was HDTV. Waar de oude televisie werkte met ongeveer 625 beeldlijnen, bood HD 720 of 1.080 beeldlijnen. Vooral de overstap naar Full HD (1.920 × 1.080 pixels) betekende een enorme verbetering. Daarna volgde 4K, ook wel Ultra HD genoemd.
Een 4K-scherm bevat ongeveer vier keer zoveel pixels als Full HD. 8K gaat nog verder en bevat zelfs vier keer zoveel pixels als 4K. Toch is resolutie niet het enige dat bepaalt hoe mooi een beeld is.
HDR: meer dan alleen meer pixels
Fabrikanten presenteerden jarenlang vooral hogere resoluties als de grote vooruitgang. Maar uiteindelijk bleek een andere ontwikkeling minstens zo belangrijk: HDR, oftewel High Dynamic Range. HDR vergroot het verschil tussen de donkerste en lichtste delen van een beeld.
Een gewone televisie kan bijvoorbeeld moeite hebben met een scène waarin zowel een donkere schaduw als een felle zon zichtbaar is. HDR-schermen kunnen een veel groter helderheidsbereik weergeven. Daarbij spelen technieken als OLED, MiniLED en lokale dimming een belangrijke rol. Een goed HDR-beeld geeft daardoor niet alleen meer details, maar oogt ook realistischer.
Dolby Vision en Dolby Atmos
Naast HDR ontwikkelden fabrikanten nieuwe standaarden voor beeld en geluid:
- Dolby Vision is een geavanceerde HDR-techniek waarbij de helderheid en kleurinformatie per scène of zelfs per beeld kan worden aangepast.
- Dolby Atmos doet iets vergelijkbaars met geluid. In plaats van alleen links en rechts of voor en achter, wordt ook hoogte-informatie gebruikt. Daardoor lijkt geluid letterlijk rondom de kijker te bewegen.
Hiermee veranderde de huiskamer steeds meer in een kleine bioscoop.
De televisie krijgt een besturingssysteem
De volgende grote stap was de smart-tv. Een moderne televisie bevat tegenwoordig veel onderdelen die we eerder vooral met computers associeerden: een processor, werkgeheugen, opslagruimte, netwerkverbinding, een besturingssysteem en apps. Bekende platforms zijn onder meer Android TV, Google TV, webOS en Tizen. De televisie werd daarmee niet langer een apparaat waarop je alleen de kanalen van een omroep bekijkt. Het werd een toegangspoort tot allerlei digitale diensten.
De afstandsbediening werd een muis
Met de komst van smart-tv’s veranderde ook de rol van de afstandsbediening. Bij een traditionele televisie waren enkele knoppen voldoende: harder, zachter, kanaal omhoog en kanaal omlaag. Een smart-tv heeft echter menu’s, apps, zoekfuncties en instellingen. Daardoor kregen afstandsbedieningen steeds meer functies. Sommige kregen een bewegingssensor, zodat ze als een soort computermuis konden werken. Andere kregen een microfoon voor spraakbesturing. De afstandsbediening werd daarmee eigenlijk de verbinding tussen mens en computer.
Streaming verandert alles
De grootste verandering van de afgelopen jaren is misschien niet technisch, maar cultureel. Jarenlang bepaalde de televisiezender wanneer een programma werd uitgezonden. De kijker moest op het juiste moment voor de televisie zitten. Dat model werd bekend als lineaire televisie. Streaming draaide dat volledig om. Diensten zoals Netflix, Disney+, Videoland en YouTube maakten het mogelijk om zelf te bepalen wanneer en waarnaar iemand kijkt. De televisie werd daarmee onderdeel van een veel groter internetecosysteem.
Kunstmatige intelligentie in de televisie
De nieuwste ontwikkeling is de toepassing van kunstmatige intelligentie. Moderne televisies gebruiken AI bijvoorbeeld voor beeldverbetering, ruisonderdrukking, scherpteverbetering, herkenning van scènes en optimalisatie van geluid. Een oude film kan bijvoorbeeld door een televisieprocessor worden geanalyseerd en scherper worden weergegeven. Een sportuitzending kan anders worden verwerkt dan een film of nieuwsprogramma. De televisie kijkt als het ware mee naar het beeld en probeert te begrijpen wat er wordt weergegeven.
De televisie van de toekomst
Hoe ziet de televisie er over twintig jaar uit? Niemand weet het zeker, maar verschillende ontwikkelingen zijn zichtbaar. Schermen worden waarschijnlijk nog groter, dunner en flexibeler. MicroLED kan een belangrijke rol gaan spelen. Kunstmatige intelligentie zal waarschijnlijk steeds meer bepalen welke beelden we zien en hoe ze worden aangepast. Misschien verdwijnt het klassieke idee van “een televisie in de woonkamer” uiteindelijk helemaal. Het scherm kan onderdeel worden van de muur, ramen of zelfs draagbare apparaten. De geschiedenis van de televisie laat namelijk één duidelijke lijn zien: het apparaat verandert voortdurend omdat de manier waarop mensen informatie willen beleven verandert.
Van televisie naar digitale allesmachine
De televisie begon ooit als een technisch experiment met een draaiende schijf vol gaatjes. Daarna volgden de beeldbuis, kleurentelevisie, platte schermen, digitale signalen en internetverbindingen. Elke generatie maakte het apparaat krachtiger en veelzijdiger.
De televisie van vandaag heeft nog steeds dezelfde basisfunctie als de eerste modellen: beelden op afstand weergeven. Maar achter dat eenvoudige idee zit inmiddels een computer die verbonden is met de hele wereld.
Daarmee is de cirkel rond. De televisie begon ooit als een uitvloeisel van de radiotechniek, groeide uit tot hét massamedium van de twintigste eeuw en is nu samengekomen met de computer en het internet.
Meer artikelen in de serie De geschiedenis van vind je hier
Dit was voorlopig de laatste aflevering in de serie De geschiedenis van. Vanaf november 2026 zullen er weer nieuwe afleveringen verschijnen.
Over de auteur
Marco Mekenkamp is eindredacteur van PC-Active. Dit 108 pagina's tellende magazine verschijnt elke twee maanden en is te koop in de winkel. Leden van HCC krijgen PC-Active zes keer per jaar thuisgestuurd als onderdeel van het HCC-lidmaatschap.