Wanneer mensen denken aan de grote successen uit de geschiedenis van de computerwereld, komen meestal dezelfde namen bovendrijven. Microsoft maakte de pc tot een massaproduct, Apple gaf technologie een aantrekkelijk gezicht en Google veranderde de manier waarop we informatie zoeken. Veel minder zichtbaar, maar minstens zo invloedrijk, is Linux. Het opmerkelijke aan Linux is dat het niet ontstond binnen een multinational, niet werd gefinancierd door investeerders en aanvankelijk zelfs geen commercieel doel had. Het begon als een hobbyproject van een Finse student die een beter besturingssysteem voor zijn eigen computer wilde bouwen.
Ruim drie decennia later is Linux uitgegroeid tot een van de belangrijkste stukken software die ooit zijn geschreven. Het vormt de basis van het grootste deel van het internet, draait op vrijwel alle supercomputers ter wereld, bestuurt talloze routers, televisies en slimme apparaten en vormt bovendien de technische kern van Android, het meest gebruikte mobiele besturingssysteem ter wereld. Ironisch genoeg slaagde Linux er nooit in om de dominante positie van Windows op de desktop over te nemen, maar uiteindelijk bleek dat nauwelijks van belang. Terwijl de aandacht jarenlang uitging naar de strijd om de pc, veroverde Linux vrijwel ongemerkt de rest van de digitale wereld.
Het verhaal van Linux is daarmee meer dan de geschiedenis van een besturingssysteem. Het is een verhaal over samenwerking zonder grenzen, over idealen die onverwacht succesvol bleken en over een manier van softwareontwikkeling die de hele technologie-industrie veranderde.
De erfenis van Unix
Zoals zoveel technologische ontwikkelingen begint het verhaal van Linux niet bij Linux zelf. Om te begrijpen waarom Linux ontstond, moeten we terug naar het einde van de jaren zestig. Computers waren destijds enorme machines die voornamelijk werden gebruikt door universiteiten, onderzoeksinstellingen en grote ondernemingen. Iedere fabrikant leverde zijn eigen hardware en meestal ook zijn eigen besturingssysteem. Software die voor de ene computer was geschreven werkte vaak niet op een andere machine. Programmeurs moesten daardoor steeds opnieuw het wiel uitvinden.
In 1969 ontwikkelden Ken Thompson en Dennis Ritchie bij Bell Laboratories een nieuw besturingssysteem dat de naam Unix kreeg. Hun ontwerp verschilde fundamenteel van veel andere systemen uit die tijd. Unix bestond uit een verzameling kleine programma’s die ieder één taak goed uitvoerden en eenvoudig met elkaar konden samenwerken. Deze modulaire aanpak bleek niet alleen elegant, maar ook bijzonder praktisch.
Een tweede belangrijke innovatie was dat Unix grotendeels werd geschreven in de programmeertaal C. Daardoor kon het relatief eenvoudig naar verschillende computers worden overgezet. Dat was destijds uitzonderlijk. Veel concurrerende systemen waren zo nauw verweven met de onderliggende hardware dat ze nauwelijks op andere machines konden draaien.
In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw groeide Unix uit tot het favoriete besturingssysteem van universiteiten en onderzoeksinstellingen. Generaties informaticastudenten leerden programmeren op Unix-systemen. Ook veel toekomstige pioniers van de computerindustrie maakten in deze periode kennis met de Unix-filosofie. Die invloed zou later van onschatbare waarde blijken.
Naarmate Unix succesvoller werd, verschenen echter steeds meer commerciële varianten. Bedrijven als IBM, Hewlett-Packard, Sun Microsystems en SCO ontwikkelden hun eigen Unix-versies. De broncode werd steeds minder toegankelijk en de licentiekosten namen toe. Wat ooit een relatief open academische omgeving was geweest, veranderde langzaam in een verzameling gesloten commerciële producten. Niet iedereen kon zich daarin vinden.
Wat is een kernel?
Een besturingssysteem bestaat uit verschillende onderdelen, maar het hart ervan wordt gevormd door de kernel. Deze software verzorgt de communicatie tussen programma’s en de hardware van de computer. De kernel beheert het geheugen, verdeelt processortijd, stuurt opslagmedia aan en regelt netwerkverbindingen. Zonder kernel kan een computer geen programma’s uitvoeren. Linux is strikt genomen de naam van de kernel. Het complete besturingssysteem bestaat daarnaast uit duizenden andere programma’s en hulpmiddelen.
De droom van vrije software
Een van de felste tegenstanders van de toenemende commercialisering van software was de Amerikaanse programmeur Richard Stallman. Als onderzoeker aan het Massachusetts Institute of Technology had hij meegemaakt hoe software in de jaren zeventig vaak vrijelijk werd gedeeld tussen programmeurs. Naar zijn mening ging die cultuur verloren doordat bedrijven steeds vaker broncode afschermden en gebruikers beperkten in wat zij met software mochten doen.
De rest van dit artikel is alleen beschikbaar voor HCC-leden. Ben je HCC-lid? Om het gehele artikel te lezen dien je ingelogd te zijn. Nog geen HCC-lid? Word nu lid en kies je welkomstgeschenk!

Bij dit artikel gebruikte afbeeldingen zijn digitaal gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie en vertegenwoordigen geen daadwerkelijk gefotografeerde situaties.
Meer artikelen in de serie De geschiedenis van vind je hier
Over de auteur
Marco Mekenkamp is eindredacteur van PC-Active. Dit 108 pagina's tellende magazine verschijnt elke twee maanden en is te koop in de winkel. Leden van HCC krijgen PC-Active zes keer per jaar thuisgestuurd als onderdeel van het HCC-lidmaatschap.