Gemini laat straks zien wat AI over jou weet – maar de belangrijkste vraag is waarom het dat allemaal weet

,

Twee smartphones met daarop logo

Wie regelmatig met een AI-assistent praat, deelt vaak ongemerkt veel meer persoonlijke informatie dan hij of zij beseft. Dat kan gaan om hobby’s, vakantieplannen en voorkeuren, maar ook om werk, gezin, gezondheid, financiële omstandigheden, relaties en persoonlijke zorgen. Los van elkaar lijken zulke gegevens misschien onschuldig. Samen kunnen ze echter een verrassend gedetailleerd profiel van een persoon vormen.

Google lijkt daarom te werken aan een nieuwe functie voor Gemini die gebruikers meer inzicht moet geven in wat de AI-assistent over hen weet of denkt te weten. Met een zogenoemde Personal snapshot zou Gemini in één overzicht kunnen laten zien welke persoonlijke informatie wordt gebruikt om antwoorden beter op de gebruiker af te stemmen.

Dat klinkt als een belangrijke stap richting transparantie. Maar de ontwikkeling roept tegelijkertijd een fundamentelere vraag op: hoe kan een AI-assistent überhaupt zoveel over een gebruiker weten, welke gegevens worden precies gecombineerd en hoeveel controle heeft de gebruiker daar werkelijk over?

De vraag: ‘Wat weet je van mij?’
Volgens de eerste informatie krijgt Gemini mogelijk een nieuwe optie waarmee automatisch een gesprek wordt gestart rond de vraag: “Wat weet je van mij?”. De AI zou vervolgens een overzicht kunnen geven van persoonlijke informatie die wordt gebruikt voor meer op maat gemaakte antwoorden. Denk aan interesses, voorkeuren, terugkerende onderwerpen, persoonlijke omstandigheden en andere gegevens die in de loop van eerdere interacties bekend zijn geworden.

Op zichzelf is dat positief. Gebruikers zouden immers niet in het duister moeten tasten over het beeld dat een AI-systeem van hen heeft opgebouwd.

Transparantie achteraf is niet hetzelfde als privacy vooraf
Wanneer een gebruiker pas na maanden of jaren kan bekijken welke informatie een AI-assistent heeft verzameld, onthouden of afgeleid, blijft de vraag bestaan waarom die gegevens in eerste instantie zijn vastgelegd en onder welke voorwaarden dat is gebeurd.

Kleine gesprekken kunnen samen een zeer persoonlijk profiel vormen
Veel mensen denken bij privacy vooral aan naam, adres, telefoonnummer, wachtwoord of bankrekeningnummer. Bij AI ligt dat veel ingewikkelder. Een persoonlijk profiel kan ontstaan uit tientallen of honderden ogenschijnlijk onschuldige gesprekken.

Iemand vertelt bijvoorbeeld dat hij binnenkort naar Italië reist. Een paar weken later vraagt diezelfde persoon advies over pensioen. Daarna volgt een vraag over een medicijn, een conflict op het werk, de schoolkeuze van een kind of kleinkind, een belegging en de beste manier om gewicht te verliezen.

Geen van die gesprekken hoeft afzonderlijk bijzonder gevoelig te lijken. Maar gezamenlijk kunnen ze informatie prijsgeven over leeftijd, gezondheid, gezinssituatie, financiële positie, reisgedrag, interesses en persoonlijke zorgen.

Juist AI-systemen zijn bij uitstek in staat om verbanden te leggen tussen zulke losse gegevens. En daar ligt een wezenlijk verschil met traditionele zoekmachines. Een zoekopdracht is vaak kort en zakelijk. Een gesprek met een AI-assistent kan langdurig, persoonlijk en contextueel zijn.

Hoe beter een AI iemand leert kennen, hoe nuttiger de assistent kan worden. Maar ook: hoe groter het privacyrisico wanneer onduidelijk is welke gegevens worden opgeslagen, gecombineerd of afgeleid.

Personalisatie is nuttig – maar niet gratis
Er zijn zonder twijfel voordelen. Een AI-assistent die weet dat iemand liever met de trein reist dan vliegt, hoeft dat niet bij iedere reisvraag opnieuw te horen. Wie vegetarisch eet, kan automatisch passende recepten krijgen. Wie regelmatig formele brieven schrijft, kan profiteren van een systeem dat de gewenste toon kent.

Voor veel gebruikers kan dat een aanzienlijke verbetering zijn. De AI-assistent wordt minder algemeen en meer persoonlijk. Maar die personalisatie heeft een prijs: het systeem moet informatie over de gebruiker hebben.

Daarom is het te eenvoudig om iedere uitbreiding van AI-geheugen uitsluitend als gebruiksgemak te presenteren. Personalisatie en gegevensverzameling zijn nauw met elkaar verbonden. Hoe meer context een systeem gebruikt, hoe belangrijker het wordt dat de gebruiker exact begrijpt welke gegevens beschikbaar zijn en waarvoor ze worden ingezet.

Weet Gemini iets – of denkt Gemini iets?
Een van de belangrijkste vragen is het verschil tussen feiten en afleidingen. Wanneer een gebruiker zelf zegt: “Ik woon in Rotterdam”, is dat een expliciet gedeeld gegeven. Maar wanneer een AI-systeem uit gesprekken concludeert dat iemand waarschijnlijk gepensioneerd is, een hoog inkomen heeft, bepaalde politieke voorkeuren bezit of gezondheidsproblemen ervaart, gaat het om een afleiding.

Dat verschil is cruciaal. Wie één keer naar een bepaalde ziekte vraagt, hoeft die ziekte niet zelf te hebben. Wie informatie zoekt over ontslagrecht, hoeft niet ontslagen te worden. Wie vragen stelt over een politieke partij, hoeft daar geen aanhanger van te zijn. En wie informatie zoekt over schulden, hoeft zelf geen financiële problemen te hebben.

AI-systemen kunnen verkeerde conclusies trekken. Wanneer zulke conclusies vervolgens onderdeel worden van een persoonlijk profiel, bestaat het risico dat toekomstige antwoorden opnieuw op onjuiste aannames worden gebaseerd.

Een werkelijk transparante Personal snapshot zou daarom duidelijk onderscheid moeten maken tussen:
* informatie die de gebruiker zelf expliciet heeft gedeeld;
* voorkeuren die de gebruiker bewust heeft ingesteld;
* gegevens die uit andere diensten afkomstig zijn;
* conclusies of aannames die door het AI-systeem zelf zijn afgeleid.

Zonder dat onderscheid blijft “Wat weet je van mij?” een te eenvoudige vraag. De betere vraag is misschien: “Wat denk je over mij te weten, en waarom?”

De bijzondere positie van Google
De discussie krijgt extra gewicht doordat Gemini afkomstig is van Google. Het bedrijf biedt niet alleen een AI-assistent aan, maar is ook actief met onder meer zoeken, e-mail, kaarten, video, mobiele besturingssystemen, cloudopslag en online advertenties. Dat betekent niet automatisch dat gegevens uit al deze diensten zonder meer voor Gemini worden gecombineerd. Maar juist vanwege de omvang en positie van Google is maximale duidelijkheid noodzakelijk.

Gebruikers moeten precies kunnen begrijpen welke bronnen een AI-assistent gebruikt. Komt informatie uitsluitend uit gesprekken met Gemini? Kan informatie uit gekoppelde diensten worden meegenomen? Welke toestemming is daarvoor gegeven? En kan die toestemming later eenvoudig worden ingetrokken?

Bij een kleine zelfstandige chatbot is gegevensverzameling al een belangrijk onderwerp. Bij een technologiebedrijf met een enorm digitaal ecosysteem is die vraag nog veel urgenter.

Een dashboard is nog geen echte controle
Een overzicht van opgeslagen informatie kan nuttig zijn. Maar alleen kunnen kijken is onvoldoende. Werkelijke controle betekent dat gebruikers informatie eenvoudig kunnen verwijderen, corrigeren en uitsluiten van toekomstig gebruik. Het moet bovendien duidelijk zijn wat “verwijderen” precies betekent.

Verdwijnt informatie alleen uit het zichtbare persoonlijke profiel? Wordt zij ook uit andere systemen verwijderd? Blijft de informatie nog enige tijd in technische logs staan? Kan zij nog worden gebruikt voor beveiliging, analyse of verbetering van diensten?

Voor de gemiddelde gebruiker zijn zulke verschillen nauwelijks zichtbaar. Toch kunnen ze juridisch en praktisch zeer belangrijk zijn. Een knop met “verwijderen” moet daarom daadwerkelijk begrijpelijk maken wat er gebeurt.

Wat betekent dit voor HCC-leden?
Voor HCC-leden is dit een ontwikkeling om kritisch te volgen. AI-assistenten worden steeds krachtiger en dankzij personalisatie waarschijnlijk ook steeds nuttiger. Maar juist daardoor groeit het belang van digitale zelfbeschikking. Wie Gemini of een andere AI-assistent gebruikt, doet er verstandig aan regelmatig privacy-, geschiedenis- en geheugeninstellingen te controleren. Deel bovendien niet automatisch meer persoonlijke informatie dan noodzakelijk is voor het beantwoorden van een vraag.

Denk daarbij niet alleen aan wachtwoorden, pincodes en bankgegevens. Ook informatie over gezondheid, familieconflicten, juridische problemen, financiële zorgen of andere personen kan gevoelig zijn.

Een AI-chat voelt vaak informeel. Juist dat maakt het gemakkelijk om meer te vertellen dan oorspronkelijk de bedoeling was.

Standpunt van HCC: transparantie achteraf is niet genoeg
HCC vindt het positief dat gebruikers meer inzicht kunnen krijgen in de persoonlijke informatie die een AI-assistent over hen bewaart, gebruikt of afleidt. Een functie waarmee iemand eenvoudig kan vragen “Wat weet je van mij?” kan een waardevolle stap zijn. Maar HCC vindt ook dat transparantie achteraf niet mag worden gepresenteerd als volledige oplossing voor privacyvraagstukken.

De eerste vraag moet niet zijn hoe gebruikers achteraf kunnen controleren wat er over hen is verzameld. De eerste vraag moet zijn welke informatie überhaupt noodzakelijk is om te verzamelen, te bewaren en te combineren.

HCC pleit daarom nadrukkelijk voor privacy by default en dataminimalisatie. AI-systemen zouden standaard niet meer persoonlijke informatie moeten bewaren dan noodzakelijk is. Verdergaande personalisatie moet een bewuste keuze van de gebruiker zijn en niet ongemerkt ontstaan doordat steeds meer gesprekken, voorkeuren en gedragingen aan elkaar worden gekoppeld.

Ook vindt HCC dat gebruikers duidelijk moeten kunnen zien waar informatie vandaan komt. Een persoonlijk AI-profiel moet onderscheid maken tussen expliciet gedeelde feiten, ingestelde voorkeuren en door AI afgeleide aannames.

Juist die laatste categorie verdient bijzondere aandacht. Een algoritmische conclusie is geen feit. Wanneer een AI-systeem denkt dat iemand een bepaalde politieke voorkeur, gezondheidstoestand, financiële positie of persoonlijke overtuiging heeft, moet dat nooit zonder meer als vaststaand gegeven worden behandeld.

HCC vindt verder dat gebruikers het recht moeten hebben om persoonlijke informatie eenvoudig en daadwerkelijk te verwijderen. Niet alleen uit een zichtbaar dashboard, maar uit alle systemen waarin die informatie voor personalisatie wordt gebruikt, voor zover wet- en regelgeving dat toestaan.

Daarnaast moet het uitschakelen van geheugenfuncties eenvoudig zijn. Geen ingewikkelde menu’s, geen misleidende knoppen en geen situatie waarin privacyvriendelijke keuzes leiden tot voortdurende waarschuwingen of druk om functies opnieuw in te schakelen.

Big Tech vraagt om extra waakzaamheid
HCC ziet bovendien een bredere maatschappelijke kwestie. Grote technologiebedrijven beschikken al over enorme hoeveelheden gegevens en hebben een sterke positie in het digitale dagelijks leven. Wanneer dezelfde bedrijven ook persoonlijke AI-assistenten ontwikkelen die steeds meer context over gebruikers verzamelen, ontstaat een nieuwe concentratie van informatie en macht.

Dat vraagt om extra waakzaamheid van gebruikers, toezichthouders en politiek. Het gaat niet alleen om de vraag of een AI-assistent handige antwoorden geeft. Het gaat ook om de vraag wie het persoonlijke digitale profiel beheert, welke commerciële belangen daarbij spelen en hoe eenvoudig een gebruiker werkelijk kan vertrekken zonder zijn digitale geschiedenis achter te laten.

HCC vindt daarom dat Europese privacyregels en consumentenbescherming onverkort moeten gelden voor persoonlijke AI-systemen. Nieuwe technologie mag geen reden zijn om bestaande rechten af te zwakken.

De mogelijke komst van Personal snapshot is interessant en kan gebruikers meer inzicht geven. Maar voor HCC blijft één uitgangspunt centraal staan:

De belangrijkste vraag is niet alleen wat AI over jou weet. De belangrijkste vragen zijn waarom AI dat weet, waar die informatie vandaan komt, hoe lang zij wordt bewaard en of jij werkelijk de macht hebt om haar definitief te verwijderen.

'Meld je aan voor de nieuwsbrief'

'Abonneer je nu op een of meerdere van onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van onze activiteiten!'

Aanmelden