De laatste vijftig jaar zijn er enorm veel ontwikkelingen geweest op computergebied. Ik ga je aan de hand van een serie artikelen meenemen door die periode vol ontwikkelingen, vreemde uitvindingen, verdwenen merken en nog veel meer. Vandaag in deel 50 de geschiedenis van Linux: van hobbyproject tot fundament van de digitale wereld.
Wanneer mensen denken aan de grote successen uit de geschiedenis van de computerwereld, komen meestal dezelfde namen bovendrijven. Microsoft maakte de pc tot een massaproduct, Apple gaf technologie een aantrekkelijk gezicht en Google veranderde de manier waarop we informatie zoeken. Veel minder zichtbaar, maar minstens zo invloedrijk, is Linux. Het opmerkelijke aan Linux is dat het niet ontstond binnen een multinational, niet werd gefinancierd door investeerders en aanvankelijk zelfs geen commercieel doel had. Het begon als een hobbyproject van een Finse student die een beter besturingssysteem voor zijn eigen computer wilde bouwen.
Ruim drie decennia later is Linux uitgegroeid tot een van de belangrijkste stukken software die ooit zijn geschreven. Het vormt de basis van het grootste deel van het internet, draait op vrijwel alle supercomputers ter wereld, bestuurt talloze routers, televisies en slimme apparaten en vormt bovendien de technische kern van Android, het meest gebruikte mobiele besturingssysteem ter wereld. Ironisch genoeg slaagde Linux er nooit in om de dominante positie van Windows op de desktop over te nemen, maar uiteindelijk bleek dat nauwelijks van belang. Terwijl de aandacht jarenlang uitging naar de strijd om de pc, veroverde Linux vrijwel ongemerkt de rest van de digitale wereld.
Het verhaal van Linux is daarmee meer dan de geschiedenis van een besturingssysteem. Het is een verhaal over samenwerking zonder grenzen, over idealen die onverwacht succesvol bleken en over een manier van softwareontwikkeling die de hele technologie-industrie veranderde.
De erfenis van Unix
Zoals zoveel technologische ontwikkelingen begint het verhaal van Linux niet bij Linux zelf. Om te begrijpen waarom Linux ontstond, moeten we terug naar het einde van de jaren zestig. Computers waren destijds enorme machines die voornamelijk werden gebruikt door universiteiten, onderzoeksinstellingen en grote ondernemingen. Iedere fabrikant leverde zijn eigen hardware en meestal ook zijn eigen besturingssysteem. Software die voor de ene computer was geschreven werkte vaak niet op een andere machine. Programmeurs moesten daardoor steeds opnieuw het wiel uitvinden.
In 1969 ontwikkelden Ken Thompson en Dennis Ritchie bij Bell Laboratories een nieuw besturingssysteem dat de naam Unix kreeg. Hun ontwerp verschilde fundamenteel van veel andere systemen uit die tijd. Unix bestond uit een verzameling kleine programma’s die ieder één taak goed uitvoerden en eenvoudig met elkaar konden samenwerken. Deze modulaire aanpak bleek niet alleen elegant, maar ook bijzonder praktisch.
Een tweede belangrijke innovatie was dat Unix grotendeels werd geschreven in de programmeertaal C. Daardoor kon het relatief eenvoudig naar verschillende computers worden overgezet. Dat was destijds uitzonderlijk. Veel concurrerende systemen waren zo nauw verweven met de onderliggende hardware dat ze nauwelijks op andere machines konden draaien.
In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw groeide Unix uit tot het favoriete besturingssysteem van universiteiten en onderzoeksinstellingen. Generaties informaticastudenten leerden programmeren op Unix-systemen. Ook veel toekomstige pioniers van de computerindustrie maakten in deze periode kennis met de Unix-filosofie. Die invloed zou later van onschatbare waarde blijken.
Naarmate Unix succesvoller werd, verschenen echter steeds meer commerciële varianten. Bedrijven als IBM, Hewlett-Packard, Sun Microsystems en SCO ontwikkelden hun eigen Unix-versies. De broncode werd steeds minder toegankelijk en de licentiekosten namen toe. Wat ooit een relatief open academische omgeving was geweest, veranderde langzaam in een verzameling gesloten commerciële producten. Niet iedereen kon zich daarin vinden.
Wat is een kernel?
Een besturingssysteem bestaat uit verschillende onderdelen, maar het hart ervan wordt gevormd door de kernel. Deze software verzorgt de communicatie tussen programma’s en de hardware van de computer. De kernel beheert het geheugen, verdeelt processortijd, stuurt opslagmedia aan en regelt netwerkverbindingen. Zonder kernel kan een computer geen programma’s uitvoeren. Linux is strikt genomen de naam van de kernel. Het complete besturingssysteem bestaat daarnaast uit duizenden andere programma’s en hulpmiddelen.
De droom van vrije software
Een van de felste tegenstanders van de toenemende commercialisering van software was de Amerikaanse programmeur Richard Stallman. Als onderzoeker aan het Massachusetts Institute of Technology had hij meegemaakt hoe software in de jaren zeventig vaak vrijelijk werd gedeeld tussen programmeurs. Naar zijn mening ging die cultuur verloren doordat bedrijven steeds vaker broncode afschermden en gebruikers beperkten in wat zij met software mochten doen.
In 1984 besloot Stallman daar iets tegenover te zetten. Hij startte het GNU-project, een ambitieus plan om een volledig vrij alternatief voor Unix te ontwikkelen. GNU staat voor “GNU’s Not Unix”, een typisch voorbeeld van de humor die programmeurs graag gebruiken voor naamgeving.
Het project leverde in hoog tempo belangrijke onderdelen op. Er kwamen compilers, systeembibliotheken, programmeertools en hulpprogramma’s beschikbaar die iedereen vrij mocht gebruiken, aanpassen en verspreiden. Om deze vrijheid juridisch te beschermen ontwikkelde Stallman bovendien de beroemde General Public License, beter bekend als de GPL.
Rond 1990 was vrijwel alles aanwezig voor een compleet besturingssysteem. Er ontbrak echter één cruciaal onderdeel: de kernel. Het GNU-project werkte aan een eigen kernel met de naam Hurd, maar de ontwikkeling daarvan verliep moeizaam. Daardoor ontstond een opmerkelijke situatie. De bouwstenen voor een vrij besturingssysteem waren grotendeels gereed, maar de motor ontbrak nog. Juist op dat moment verscheen een jonge student uit Finland op het toneel.
Vrije software is niet hetzelfde als gratis software
Volgens Richard Stallman draait vrije software niet in de eerste plaats om de prijs, maar om vrijheid. Gebruikers moeten het recht hebben om software te gebruiken, de werking ervan te bestuderen, aanpassingen te maken en gewijzigde versies te verspreiden. Een programma kan dus gratis zijn zonder vrije software te zijn, terwijl vrije software ook tegen betaling mag worden aangeboden.
Een student uit Helsinki
Linus Benedict Torvalds werd geboren op 28 december 1969 in Helsinki. Al op jonge leeftijd ontwikkelde hij een grote belangstelling voor computers. Anders dan veel leeftijdgenoten wilde hij niet alleen software gebruiken, maar vooral begrijpen hoe computers werkten. Hij leerde zichzelf programmeren en experimenteerde met verschillende thuiscomputers.
Toen hij eind jaren tachtig informatica ging studeren aan de Universiteit van Helsinki kwam hij in aanraking met Unix en met Minix, een Unix-achtig besturingssysteem dat was ontwikkeld door hoogleraar Andrew Tanenbaum van de Vrije Universiteit Amsterdam. Minix was bedoeld als onderwijsmiddel en werd gebruikt om studenten inzicht te geven in de interne werking van besturingssystemen.
Torvalds was onder de indruk van het systeem, maar liep ook tegen beperkingen aan. Minix was bewust eenvoudig gehouden en maakte niet optimaal gebruik van de mogelijkheden van moderne Intel-processoren. Daarom begon hij in 1991 aan een reeks experimenten op zijn eigen computer. Aanvankelijk ging het slechts om enkele hulpmiddelen die hij voor persoonlijk gebruik wilde ontwikkelen. Gaandeweg groeide dat project echter uit tot een zelfstandige kernel.
Op 25 augustus 1991 plaatste Torvalds een bericht in de nieuwsgroep comp.os.minix. Het zou een van de beroemdste internetberichten uit de computergeschiedenis worden.
Het bericht waarmee alles begon
Hello everybody out there using minix – I’m doing a (free) operating system (just a hobby, won’t be big and professional like GNU)...
Met deze woorden kondigde Linus Torvalds zijn project aan. Opvallend is vooral zijn bescheidenheid. Hij verwachtte niet dat Linux ooit groot zou worden, laat staan zou uitgroeien tot een van de belangrijkste softwareprojecten ter wereld.
Linux ontmoet GNU
De timing van Torvalds kon nauwelijks beter zijn. Terwijl het GNU-project al beschikte over compilers, bibliotheken, shells en talloze andere onderdelen, leverde Linux precies datgene wat nog ontbrak: een werkende kernel.
Door Linux te combineren met de bestaande GNU-software ontstond een volledig functionerend besturingssysteem. Programmeurs over de hele wereld zagen onmiddellijk de mogelijkheden. Via nieuwsgroepen en FTP-servers werden verbeteringen uitgewisseld, fouten opgelost en nieuwe functies toegevoegd.
Dat proces verliep op een manier die destijds vrijwel ongekend was. In plaats van een centraal ontwikkelteam ontstond een internationale gemeenschap van vrijwilligers die gezamenlijk aan dezelfde software werkte. Het internet stond nog in de kinderschoenen, maar bleek precies het juiste medium voor deze vorm van samenwerking. Binnen enkele jaren groeide Linux uit van een hobbyproject tot een serieus alternatief voor commerciële Unix-systemen.
De Nederlandse invloed
Nederland speelde overigens een opvallend grote rol in de vroege geschiedenis van Linux. Niet alleen vormde het door Andrew Tanenbaum ontwikkelde Minix een belangrijke inspiratiebron voor Torvalds, ook ontstond in 1992 een beroemd debat tussen beide mannen.
Tanenbaum verdedigde het gebruik van zogenaamde microkernels, waarbij onderdelen van het besturingssysteem zoveel mogelijk van elkaar worden gescheiden. Linux gebruikte daarentegen een meer traditionele monolithische kernel waarin veel functies direct in de kern zijn opgenomen. In een reeks openbare berichten bekritiseerde Tanenbaum Linux als technisch achterhaald. Torvalds reageerde fel en verdedigde zijn ontwerpkeuzes. Het debat werd wereldwijd gevolgd en geldt nog altijd als een klassieker binnen de informatica.
Achteraf gezien kregen beide mannen deels gelijk. Microkernelconcepten bleken waardevol voor bepaalde toepassingen, terwijl Linux dankzij zijn pragmatische ontwerp uitgroeide tot een enorm succes. Wat begon als een technisch meningsverschil werd uiteindelijk een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de softwareontwikkeling.
De geboorte van de distributies
In de eerste jaren was Linux nog lastig te installeren. Gebruikers moesten software downloaden, zelf compileren en handmatig configureren. Voor ervaren programmeurs vormde dat geen probleem, maar voor minder technische gebruikers was het een flinke uitdaging.
Daarom ontstonden de eerste Linux-distributies. Deze combineerden de kernel met software, installatieprogramma’s en documentatie tot een compleet pakket. Slackware, verschenen in 1993, geldt als een van de oudste nog bestaande distributies. In hetzelfde jaar werd ook het Debian-project opgericht, dat een belangrijke rol zou spelen in de verdere ontwikkeling van Linux.
Niet veel later verscheen Red Hat Linux, dat zich nadrukkelijk richtte op professioneel gebruik binnen bedrijven. Daarmee ontstond een model dat Linux tot op de dag van vandaag kenmerkt: één gezamenlijke kernel, maar vele verschillende distributies die ieder hun eigen doelgroep bedienen. De komst van distributies maakte Linux toegankelijker en zorgde ervoor dat het aantal gebruikers snel groeide.
Belangrijke Linux-distributies
| Jaar | Distributie | |
| 1993 | Slackware Linux | De oudste nog steeds actieve Linux-distributie |
| 1993 | Debian | De basis voor honderden andere systemen (waaronder Ubuntu) |
| 1994 | Red Hat Linux | Introduceerde het revolutionaire RPM-pakketsysteem |
| 1994 | SUSE Linux | Ontstond in Duitsland, zeer groot geworden in Europa |
| 2000 | Red Hat Enterprise Linux | De absolute koning op het gebied van zakelijke servers |
| 2002 | Arch Linux | Geliefd door techneuten; je bouwt het systeem helemaal zelf op |
| 2003 | Fedora | De innovatieve, opensource-proeftuin van Red Hat |
| 2004 | Ubuntu | Bracht Linux naar de gewone consument dankzij extreem gebruiksgemak |
| 2006 | Linux Mint | Gebaseerd op Ubuntu, maar met een traditionele en herkenbare Windows-achtige lay-out |
De strijd om de desktop
In de jaren negentig leek de toekomst van Linux vooral af te hangen van succes op de desktop. Daar lag echter een geduchte tegenstander op de loer: Microsoft. Windows 95 groeide uit tot een wereldwijd succes en verstevigde de dominante positie van Microsoft op de pc-markt. Linux bood veel technische voordelen, maar was voor de gemiddelde gebruiker vaak ingewikkeld. Hardware werkte niet altijd probleemloos en veel populaire commerciële programma’s waren uitsluitend beschikbaar voor Windows.
Toch boekte Linux vooruitgang. De introductie van grafische omgevingen als KDE en GNOME maakte het systeem aanzienlijk gebruiksvriendelijker. Linux-distributies begonnen bovendien steeds meer aandacht te besteden aan installatiegemak en ondersteuning van hardware.
Ondanks deze verbeteringen bleef Linux op de desktop een nicheproduct. Dat werd door velen gezien als een teleurstelling. Achteraf bezien bleek het echter nauwelijks relevant. Terwijl journalisten en analisten zich concentreerden op de desktopmarkt, vond Linux elders zijn echte succes.
De overwinning die niemand zag aankomen
Halverwege de jaren negentig begon het internet explosief te groeien. Bedrijven hadden behoefte aan betrouwbare servers voor websites, e-maildiensten en databases. Linux bleek hiervoor uitzonderlijk geschikt. Het systeem was stabiel, efficiënt en flexibel. Bovendien konden organisaties het aanpassen aan hun eigen behoeften zonder afhankelijk te zijn van één leverancier. De relatief lage kosten vormden een extra voordeel.
Steeds meer internetbedrijven kozen daarom voor Linux. Ook universiteiten, onderzoeksinstellingen en overheden ontdekten de voordelen van het systeem. Toen bedrijven als Google en Amazon begonnen te groeien, bleek Linux uitstekend geschikt als basis voor hun infrastructuur.
Een belangrijk keerpunt volgde in 2001, toen IBM aankondigde ongeveer één miljard dollar te investeren in Linux-technologie. Daarmee kreeg Linux definitief erkenning als serieus platform voor professioneel gebruik. Grote ondernemingen begonnen het systeem actief te ondersteunen en softwareleveranciers brachten steeds meer toepassingen voor Linux uit. De overwinning van Linux vond dus niet plaats op miljoenen bureaus, maar in serverruimtes en datacenters. Het grote publiek merkte daar weinig van, maar de impact was enorm.
Android: Linux in je broekzak
De grootste doorbraak van Linux kwam uit een richting die niemand had voorzien. In 2005 nam Google een klein bedrijf over dat werkte aan een mobiel besturingssysteem. Dat systeem kreeg de naam Android en maakte gebruik van een aangepaste Linux-kernel.
Toen de eerste Android-telefoons in 2008 verschenen, leek dat nog geen wereldschokkende gebeurtenis. Binnen enkele jaren veranderde de situatie echter drastisch. Android groeide uit tot het dominante mobiele platform en verdrong vrijwel alle concurrenten. Daardoor kwam Linux terecht in miljarden apparaten wereldwijd. Mensen die nog nooit van Linux hadden gehoord, gebruikten het dagelijks zonder het te beseffen. De droom om een wereldwijd verspreid besturingssysteem te creëren werd uiteindelijk niet gerealiseerd via de pc, maar via de smartphone.
Dat vormt een van de grote ironieën uit de geschiedenis van Linux. Het systeem verloor de strijd om de desktop, maar won vrijwel alle andere markten.
De motor achter de cloud
Terwijl Android de mobiele wereld veroverde, vond nog een andere revolutie plaats. Steeds meer software verhuisde naar enorme datacenters en werd via internet aangeboden. Deze ontwikkeling kreeg de naam cloudcomputing. Linux bleek vrijwel ideaal voor deze omgeving. Het systeem kon efficiënt draaien op grote aantallen servers en was eenvoudig aan te passen aan uiteenlopende toepassingen. Grote cloudplatforms zoals Amazon Web Services, Google Cloud en Microsoft Azure bouwen daarom grotendeels voort op Linux-technologie.
Ook moderne technieken zoals containers en Kubernetes zijn nauw verbonden met het Linux-ecosysteem. Zonder Linux zou de huidige cloudwereld er waarschijnlijk heel anders uitzien.
Een project zonder eigenaar
Een van de opmerkelijkste aspecten van Linux is dat het geen traditionele eigenaar kent. Er bestaat geen bedrijf dat exclusieve controle heeft over de ontwikkeling van de kernel. Tegelijkertijd is Linux allang geen vrijwilligersproject meer. Tegenwoordig werken duizenden ontwikkelaars aan Linux, vaak in dienst van grote technologiebedrijven. Intel, AMD, IBM, Google, Red Hat, Samsung en vele andere ondernemingen leveren actief bijdragen. Toch blijft de ontwikkeling opmerkelijk open en transparant verlopen.
Linus Torvalds vervult daarbij nog steeds een centrale rol. Hij bepaalt niet eigenhandig de richting van Linux, maar fungeert als eindverantwoordelijke voor de kernel. Zijn taak bestaat vooral uit het beoordelen en samenvoegen van bijdragen van andere ontwikkelaars. Dat een project van deze omvang al meer dan dertig jaar succesvol wordt geleid zonder traditionele bedrijfsstructuur blijft uniek in de geschiedenis van de software-industrie.
Meer dan een besturingssysteem
De invloed van Linux reikt veel verder dan de software zelf. Het project bewees dat wereldwijde samenwerking op grote schaal mogelijk is zonder centrale eigenaar. Dat idee inspireerde talloze andere open-sourceprojecten en veranderde de manier waarop software wordt ontwikkeld.
Tegenwoordig publiceren zelfs grote technologiebedrijven regelmatig broncode als open source. Wat in de jaren tachtig nog als een idealistisch experiment werd beschouwd, is uitgegroeid tot een algemeen geaccepteerd ontwikkelmodel. Linux heeft daarmee niet alleen de technische infrastructuur van de digitale wereld veranderd, maar ook de cultuur van de softwareontwikkeling.

Bij dit artikel gebruikte afbeeldingen zijn digitaal gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie en vertegenwoordigen geen daadwerkelijk gefotografeerde situaties.
Meer artikelen in de serie De geschiedenis van vind je hier
Over de auteur
Marco Mekenkamp is eindredacteur van PC-Active. Dit 108 pagina's tellende magazine verschijnt elke twee maanden en is te koop in de winkel. Leden van HCC krijgen PC-Active zes keer per jaar thuisgestuurd als onderdeel van het HCC-lidmaatschap.