Wanneer we tegenwoordig over kunstmatige intelligentie spreken, denken de meeste mensen aan chatbots, zelfrijdende auto’s, beeldherkenning of computers die menselijke gesprekken voeren. Het lijkt daarmee een typisch verschijnsel van de 21e eeuw. Toch is dat een misvatting. Het idee dat mensen een kunstmatig denkend wezen zouden kunnen maken, is veel ouder dan de computer. De geschiedenis van kunstmatige intelligentie begint niet in Silicon Valley, maar in de menselijke verbeelding.
Oudheid
Al in de oudheid bestonden verhalen over kunstmatige wezens. In de Griekse mythologie smeedde de god Hephaistos mechanische dienaren van goud, terwijl in andere verhalen beelden tot leven kwamen. Zulke mythen waren natuurlijk geen techniek, maar ze lieten zien dat het idee van kunstmatig leven mensen al eeuwen bezighield. In de Middeleeuwen verscheen de legende van de Golem, een door mensen gecreëerd wezen dat bevelen kon uitvoeren. Ook dat was in wezen een vroege gedachteoefening over kunstmatig gemaakte intelligentie.
Later
In de renaissance en de eeuwen daarna kreeg die verbeelding een mechanische vorm. Uitvinders bouwden automaten: ingewikkelde machines die konden schrijven, muziek maken of ogenschijnlijk zelfstandig bewegen. Sommige van deze apparaten waren vooral curiositeiten, andere toonden een groeiend geloof dat menselijke vermogens technisch nagebootst konden worden. Een beroemd voorbeeld was “De Turk”, een achttiende-eeuwse schaakmachine die publiek en vorstenhuizen versteld deed staan. Pas later bleek dat er een menselijke schaker in verborgen zat. Toch was de fascinatie veelzeggend: mensen wilden geloven dat een machine kon denken.
Filosoof
De echte basis voor kunstmatige intelligentie ontstond pas toen filosofie en wiskunde elkaar begonnen te raken. In de zeventiende eeuw droomde de Duitse filosoof Leibniz al van een universele rekentaal waarin redeneringen mechanisch uitgevoerd konden worden. Dat idee bleef eeuwen abstract, totdat in de negentiende eeuw George Boole logica in wiskundige vorm goot. Daarmee ontstond iets revolutionairs: redeneren kon misschien worden behandeld als een systeem van regels. Dat inzicht zou uiteindelijk de fundering van digitale computers worden.
De rest van dit artikel is alleen beschikbaar voor HCC-leden. Ben je HCC-lid? Om het gehele artikel te lezen dien je ingelogd te zijn. Nog geen HCC-lid? Word nu lid en kies je welkomstgeschenk!
Meer artikelen in de serie De geschiedenis van vind je hier
Over de auteur
Marco Mekenkamp is eindredacteur van PC-Active. Dit 108 pagina's tellende magazine verschijnt elke twee maanden en is te koop in de winkel. Leden van HCC krijgen PC-Active zes keer per jaar thuisgestuurd als onderdeel van het HCC-lidmaatschap.