De geschiedenis van de webbrowser deel 4 - De browser die de computer overnam

,

Woonkamer met man achter de computer

Er schuilt een zekere ironie in de geschiedenis van de webbrowser. Jarenlang vochten softwarebedrijven een verbeten strijd om marktaandeel, ontwikkelden zij hun eigen technieken en probeerden zij gebruikers zoveel mogelijk aan zich te binden. Netscape wilde de standaard worden voor internet, Microsoft zag de browser als een verlengstuk van Windows en Google bouwde een razendsnel alternatief dat het web nog centraler moest stellen in het dagelijks computergebruik. Iedereen leek een andere koers te varen.


Voor deel 1 van de geschiedenis van de browser, klik hier


En toch gebruiken we tegenwoordig vrijwel allemaal browsers die onder de motorkap opvallend veel op elkaar lijken. Dat is geen toeval, maar het resultaat van een ontwikkeling die laat zien hoe volwassen het web is geworden.

Van concurrenten naar medestanders
Na de introductie van Google Chrome groeide de browser in een ongekend tempo uit tot marktleider. Dat had niet alleen te maken met de snelheid of de overzichtelijke gebruikersinterface, maar vooral met de technische basis waarop Chrome was gebouwd. Google stelde een groot deel van die techniek beschikbaar als open-sourceproject onder de naam Chromium. Dat betekende dat andere ontwikkelaars de browser-engine vrij konden gebruiken en aanpassen aan hun eigen wensen.

Aanvankelijk leek dat vooral interessant voor kleinere projecten, maar geleidelijk ontdekten steeds meer bedrijven de voordelen van een gezamenlijke technische basis. Het onderhouden van een volledig eigen browser-engine kostte immers enorme hoeveelheden tijd en geld, terwijl websites steeds complexer werden en voortdurend nieuwe webstandaarden moesten worden ondersteund.

Zelfs Microsoft kwam uiteindelijk tot die conclusie. Toen het bedrijf in 2015 afscheid nam van Internet Explorer en Edge introduceerde, gebeurde dat nog met een eigen rendering-engine. Het experiment duurde echter slechts enkele jaren. In 2020 verscheen een volledig nieuwe versie van Edge, gebaseerd op Chromium.

Daarmee kwam een opmerkelijke cirkel rond. Het bedrijf dat ooit de browseroorlog had gewonnen door een eigen koers te varen, besloot uiteindelijk gebruik te maken van dezelfde technische basis als zijn grootste concurrent. Voor webontwikkelaars was dat goed nieuws. Websites hoefden veel minder vaak te worden aangepast voor verschillende browsers en de tijd van eindeloos testen leek eindelijk voorbij.

De overlevenden
Dat betekent overigens niet dat alle browsers tegenwoordig hetzelfde zijn. Achter de vergelijkbare techniek gaan nog altijd verschillende filosofieën schuil. Google ziet de browser vooral als toegangspoort tot een wereld van online diensten waarin Gmail, Maps, Docs en YouTube naadloos met elkaar samenwerken. Apple legt de nadruk op energiezuinigheid en privacy en ontwikkelt Safari volledig afgestemd op macOS en iOS. Mozilla blijft met Firefox vasthouden aan het idee van een open en onafhankelijk web waarin niet één commercieel bedrijf de dienst uitmaakt.

Juist Firefox vervult daarbij een bijzondere rol. Het marktaandeel is misschien veel kleiner dan tijdens de hoogtijdagen van Internet Explorer of Chrome, maar de browser fungeert nog altijd als een belangrijk tegenwicht. Dankzij Mozilla blijven open standaarden en privacy hoog op de agenda staan en wordt voorkomen dat één partij de technische richting van het web volledig bepaalt. Dat is misschien minder zichtbaar dan twintig jaar geleden, maar minstens zo belangrijk.

De browser-engine

jamesmarkosborne code 1076536 1280Onder de motorkap van iedere browser bevindt zich een zogenaamde rendering-engine: de software die HTML, CSS en JavaScript omzet naar de pagina die uiteindelijk op het scherm verschijnt. Tegenwoordig gebruiken Chrome, Edge, Opera, Brave en tientallen andere browsers allemaal Chromium als basis. Safari gebruikt WebKit, terwijl Firefox beschikt over zijn eigen Gecko-engine. Juist deze engines bepalen of een website correct wordt weergegeven en hoe snel complexe webapplicaties functioneren.

Wanneer een website een programma wordt
De grootste verandering voltrok zich echter vrijwel ongemerkt. In de begintijd van internet gebruikten we een browser om informatie te lezen. Een website was een digitale brochure of een online visitekaartje en voor serieus werk startten we een tekstverwerker, spreadsheet of fotobewerkingsprogramma. Die scheidslijn is vrijwel volledig verdwenen.

Ik schrijf dit artikel zonder moeite in een browservenster. Mijn e-mail draait online, foto’s staan in de cloud, vergaderingen verlopen via Teams of Jitsi Meet en documenten worden gedeeld via Google Docs of Microsoft 365. Zelfs complete ontwikkelomgevingen waarin programmeurs software bouwen, draaien tegenwoordig rechtstreeks in een browser. De browser is daarmee geëvolueerd van een hulpmiddel tot een platform waarop vrijwel alle dagelijkse werkzaamheden plaatsvinden.

Sterker nog: voor een groeiende groep gebruikers is het besturingssysteem nauwelijks nog relevant. Zolang er een browser beschikbaar is en een internetverbinding aanwezig is, kunnen zij vrijwel alles doen wat zij nodig hebben. Dat zou Tim Berners-Lee ongetwijfeld hebben verbaasd. Zijn oorspronkelijke browser was bedoeld om wetenschappelijke documenten met elkaar te verbinden, niet om miljoenen mensen hun volledige werkdag te laten uitvoeren.

De browser als besturingssysteem
Die ontwikkeling werd misschien wel het duidelijkst zichtbaar met de introductie van Chromebooks. In plaats van een traditionele computer met tientallen geïnstalleerde programma’s koos Google voor een radicaal ander uitgangspunt: de browser vormt het hart van het systeem en vrijwel alle toepassingen draaien online. Aanvankelijk werd dat concept met enige scepsis ontvangen. Wat moest je met een computer die nauwelijks lokale software gebruikte?

Inmiddels blijkt het idee verrassend toekomstbestendig. Scholen, bedrijven en thuisgebruikers werken probleemloos in een omgeving waarin de browser de centrale rol speelt en het onderscheid tussen een website en een programma steeds verder vervaagt.

Het is een ontwikkeling die eigenlijk al zichtbaar werd tijdens de browseroorlog. Microsoft vreesde destijds dat de browser belangrijker zou worden dan Windows en probeerde daarom Internet Explorer zo nauw mogelijk met het besturingssysteem te verweven. Achteraf blijkt die angst niet eens zo onrealistisch te zijn geweest.

Een onverwachte terugkeer van een oud idee
Wie de geschiedenis overziet, ontdekt nog een opmerkelijke overeenkomst. Tim Berners-Lee zag het World Wide Web als een omgeving waarin gebruikers niet alleen informatie konden lezen, maar ook zelf konden publiceren en bewerken. In de loop van de jaren negentig veranderde het web echter vooral in een verzameling pagina’s die door bedrijven en organisaties werden gemaakt.

Pas met de komst van blogs, Wikipedia, sociale media en online samenwerkingsplatformen keerde het oorspronkelijke idee terug. Miljoenen mensen schrijven dagelijks teksten, plaatsen foto’s, reageren op artikelen of werken gezamenlijk aan documenten. Zonder het te beseffen gebruiken zij het web precies zoals Berners-Lee het ooit had bedoeld: als een wereldwijd netwerk waarin iedere gebruiker tegelijkertijd lezer én auteur kan zijn.

Van “Best viewed with...” naar universele standaarden

ChatGPT Image 14 jul 2026 09 30 18Wie in de jaren negentig websites bezocht, kwam regelmatig teksten tegen als Best viewed with Netscape Navigator of Optimized for Internet Explorer. Tegenwoordig zijn zulke meldingen vrijwel verdwenen. Dankzij internationale webstandaarden en moderne browser-engines ziet dezelfde website er op Windows, macOS, Linux, Android en iOS meestal vrijwel identiek uit. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar het is het resultaat van tientallen jaren samenwerking tussen browserbouwers en standaardisatieorganisaties.

Meer dan een programma
Terugkijkend is de geschiedenis van de webbrowser eigenlijk de geschiedenis van het moderne internet. Zonder browser zou het World Wide Web waarschijnlijk een hulpmiddel voor wetenschappers zijn gebleven. Zonder Mosaic had het grote publiek het web misschien nooit ontdekt. Zonder Netscape was internet mogelijk veel langzamer gegroeid en zonder de browseroorlog zouden open standaarden waarschijnlijk een veel kleinere rol hebben gespeeld. En zonder Firefox en Chrome was de browser misschien nooit uitgegroeid tot het platform waarop wij tegenwoordig vrijwel alles doen.

Voor mij persoonlijk zit de grootste verandering misschien wel in iets heel eenvoudigs. Ooit zette ik de computer aan om een programma te starten. Tegenwoordig start ik de computer op en open ik als eerste mijn browser. Pas daarna begint mijn werkdag. Dat geldt waarschijnlijk voor miljoenen mensen.

De browser, ooit bedacht als een eenvoudig hulpmiddel om documenten met elkaar te verbinden, is ongemerkt uitgegroeid tot misschien wel het belangrijkste programma op onze computer. Misschien zelfs belangrijker dan het besturingssysteem zelf. En dat is misschien wel de grootste revolutie die het World Wide Web ons heeft gebracht.

ChatGPT Image 6 jul 2026 18 30 31


Meer artikelen in de serie De geschiedenis van vind je hier


De bij dit artikel gebruikte (hoofd)afbeeldingen zijn digitaal gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie en vertegenwoordigen geen daadwerkelijk gefotografeerde situaties. Ook is er in het artikel gebruikgemaakt van gratis stockafbeeldingen van Pixabay.

Over de auteur

Marco Mekenkamp is eindredacteur van PC-Active. Dit 108 pagina's tellende magazine verschijnt elke twee maanden en is te koop in de winkel. Leden van HCC krijgen PC-Active zes keer per jaar thuisgestuurd als onderdeel van het HCC-lidmaatschap.

'Meld je aan voor de nieuwsbrief'

'Abonneer je nu op een of meerdere van onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van onze activiteiten!'

Aanmelden