De geschiedenis van de webbrowser deel 3 - Van browser naar platform

,

Woonkamer met man achter de computer

Toen Internet Explorer rond de eeuwwisseling een marktaandeel van meer dan negentig procent bereikte, leek de browseroorlog definitief beslist. Vrijwel iedere nieuwe computer werd met Microsofts browser geleverd en veel gebruikers zagen geen enkele reden om nog naar alternatieven te zoeken. Voor webontwikkelaars was de situatie dubbel. Enerzijds hoefden zij nog maar met een dominante browser rekening te houden, anderzijds betekende diezelfde dominantie dat de ontwikkeling van het web vrijwel volledig afhankelijk werd van de keuzes van een bedrijf.


Voor deel 1 van de geschiedenis van de browser, klik hier


En juist daar begon het te wringen. Na de introductie van Internet Explorer 6 leek Microsoft zijn belangstelling voor de browser grotendeels te verliezen. Nieuwe versies lieten jarenlang op zich wachten en ondersteuning voor moderne webstandaarden kreeg nauwelijks prioriteit. Voor gewone gebruikers leek dat geen probleem, maar achter de schermen groeide de frustratie. Websites werden steeds complexer, nieuwe technieken dienden zich aan en ontwikkelaars wilden af van de talloze noodgrepen die nodig waren om pagina’s correct weer te geven. Op dat moment gebeurde iets wat de geschiedenis van de browser opnieuw een onverwachte wending gaf.

De wederopstanding van Netscape
geralt browser 773215 1280Hoewel Netscape de strijd met Microsoft had verloren, verdween het bedrijf niet zonder een blijvende erfenis achter te laten. Al in 1998 besloot Netscape de broncode van zijn browser vrij te geven. Het commerciële product mocht dan op zijn retour zijn, de onderliggende techniek zou voortleven in een open-sourceproject dat de naam Mozilla kreeg.

Aanvankelijk leek dat weinig kans van slagen te hebben. Internet Explorer was immers overal aanwezig en veel mensen zagen een browser als een vanzelfsprekend onderdeel van Windows. Toch ontstond rondom Mozilla een enthousiaste gemeenschap van programmeurs die geloofde in een open web waarin standaarden belangrijker waren dan commerciële belangen.

Uit dat project verscheen in 2004 een nieuwe browser: Firefox. Het programma zag er modern uit, was opvallend snel en introduceerde functies die inmiddels zo vanzelfsprekend zijn geworden dat we ons nauwelijks kunnen voorstellen dat ze ooit nieuw waren.

De browser wordt persoonlijk
Een van de grootste vernieuwingen van Firefox was de mogelijkheid om tabbladen te gebruiken. Tegenwoordig heeft vrijwel iedereen tientallen websites tegelijk openstaan, maar daarvoor betekende iedere nieuwe pagina een apart venster op de taakbalk. Wie meerdere sites tegelijk bezocht, verloor al snel het overzicht. Firefox bracht daar verandering in.

Plotseling konden verschillende websites overzichtelijk binnen één venster worden geopend en werd internetgebruik veel rustiger en efficiënter. Daarnaast introduceerde Firefox een krachtige pop-upblokkering, iets waar gebruikers al jaren om vroegen. In de begintijd van commerciële websites werd vrijwel iedere pagina omringd door opdringerige reclamevensters die soms sneller verschenen dan ze konden worden gesloten.

Nog belangrijker was misschien wel het systeem van uitbreidingen. Gebruikers konden de browser aanpassen aan hun eigen wensen en extra functies toevoegen zonder te wachten op een nieuwe versie van het programma. Daarmee ontstond voor het eerst het idee dat een browser geen vaststaand product hoefde te zijn, maar een platform waarop iedereen kon voortbouwen.

Ik herinner me nog goed hoe enthousiast veel computerliefhebbers overstapten. Niet omdat Internet Explorer opeens onbruikbaar was geworden, maar omdat Firefox liet zien dat internet sneller, overzichtelijker en prettiger kon zijn. Voor het eerst in jaren was er weer sprake van echte concurrentie.

Opera: de browser die zijn tijd vooruit was

Terwijl Microsoft en Netscape met elkaar streden om de grootste marktaandelen, werkte een klein Noors bedrijf aan een browser die opvallend veel innovaties introduceerde. Opera beschikte al vroeg over tabbladen, een ingebouwde downloadmanager, sneltoetsen, zoomfuncties en later zelfs een startpagina met snelkoppelingen, de bekende Speed Dial. Veel functies die tegenwoordig standaard zijn in vrijwel iedere browser verschenen voor het eerst in Opera, al wist het programma nooit een groot marktaandeel te veroveren.

Google ziet de toekomst
Terwijl Firefox steeds populairder werd, keek ook Google met groeiende belangstelling naar de browsermarkt. Dat was op zichzelf opmerkelijk. Google verdiende zijn geld immers met een zoekmachine en advertenties. Waarom zou zo’n bedrijf een eigen browser ontwikkelen? Het antwoord ligt in de manier waarop internet zich ontwikkelde.

Websites werden steeds interactiever en begonnen zich langzaam te gedragen als volwaardige programma’s. E-mail verhuisde naar de browser, tekstverwerking werd online mogelijk en steeds meer diensten draaiden volledig in een webomgeving. Als de browser de plek werd waar mensen hun tijd doorbrachten, dan werd hij ook de belangrijkste toegangspoort tot de diensten van Google.

In 2008 verscheen daarom Google Chrome. Op papier leek het opnieuw “gewoon een browser”, maar onder de motorkap verschilde hij fundamenteel van zijn voorgangers.

geralt browser 773216 1920Een browser die zich gedraagt als een besturingssysteem
Chrome introduceerde een techniek waarbij iedere tab in een afzonderlijk proces draaide. Dat klinkt technisch, maar de gevolgen waren direct merkbaar. Als één website vastliep, bleef de rest van de browser gewoon functioneren. Bovendien besteedde Google enorm veel aandacht aan snelheid. Pagina’s verschenen vrijwel direct op het scherm en ook JavaScript werd veel sneller uitgevoerd dan voorheen.

Voor gebruikers voelde Chrome daardoor lichter en responsiever dan de concurrentie. Minstens zo belangrijk was echter een andere ontwikkeling. Google ging de browser steeds nadrukkelijker beschouwen als een platform waarop complete applicaties konden draaien. Gmail, Google Maps, Google Docs en later talloze andere diensten bewezen dat een gebruiker steeds minder afhankelijk werd van lokaal geïnstalleerde software. De browser veranderde langzaam van hulpmiddel in werkplek.

De opkomst van webapps
Die ontwikkeling verliep bijna ongemerkt. Waar een computer vroeger vooral werd gebruikt om lokaal geïnstalleerde programma’s te starten, verschoven steeds meer werkzaamheden naar internet.

Een brief schrijven? Google Docs. Foto’s bekijken? Een online galerij. Muziek luisteren? Spotify. Vergaderen? Teams of Google Meet. Video’s bewerken? Zelfs dat kan tegenwoordig grotendeels vanuit een browser.

Hierdoor veranderde ook de rol van het besturingssysteem. Windows, macOS en Linux bleven belangrijk, maar werden steeds meer de fundering waarop de browser draaide. Voor veel gebruikers maakte het nauwelijks nog uit welk besturingssysteem zij gebruikten, zolang hun browser beschikbaar was.

Dat is misschien wel de grootste verandering die de geschiedenis van de browser heeft voortgebracht. Waar de eerste browsers slechts dienden om documenten te bekijken, groeiden zij uit tot complete werkomgevingen waarin vrijwel alle dagelijkse computertaken kunnen worden uitgevoerd.

De browser als universeel programma

De eerste browsers waren uitsluitend bedoeld om HTML-documenten weer te geven. Moderne browsers bevatten complete programmeeromgevingen, grafische engines, videospelers, pdf-lezers, wachtwoordmanagers, vertaalmachines en ontwikkeltools. In technisch opzicht behoren ze tot de meest complexe software die ooit voor consumenten is ontwikkeld en bestaan ze uit tientallen miljoenen regels broncode.

Een onverwachte winnaar
Terwijl Chrome aan populariteit won, gebeurde iets wat tien jaar eerder ondenkbaar leek. Browsermakers ontdekten dat eindeloos concurreren met eigen technieken vooral problemen opleverde voor webontwikkelaars en gebruikers. Open standaarden bleken uiteindelijk belangrijker dan exclusieve functies. Dat inzicht zou ertoe leiden dat vrijwel alle grote browsers dezelfde technische basis gingen gebruiken.

Zelfs Microsoft zou uiteindelijk afscheid nemen van zijn eigen browser-engine en kiezen voor een open-sourcefundament dat oorspronkelijk door Google was ontwikkeld. Daarmee eindigde de browseroorlog op een manier die niemand in de jaren negentig had kunnen voorspellen. En tegelijkertijd ontstond een nieuwe vraag: als vrijwel alle browsers onder de motorkap op elkaar lijken, waarin onderscheiden zij zich dan nog?

Dat is het onderwerp van het vierde en laatste deel, waarin de browser niet langer een programma blijkt te zijn, maar misschien wel het belangrijkste stuk software op onze computer.

geralt arrow 1773950 1920


Meer artikelen in de serie De geschiedenis van vind je hier


De bij dit artikel gebruikte (hoofd)afbeeldingen zijn digitaal gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie en vertegenwoordigen geen daadwerkelijk gefotografeerde situaties. Ook is er in het artikel gebruikgemaakt van gratis stockafbeeldingen van Pixabay.

Over de auteur

Marco Mekenkamp is eindredacteur van PC-Active. Dit 108 pagina's tellende magazine verschijnt elke twee maanden en is te koop in de winkel. Leden van HCC krijgen PC-Active zes keer per jaar thuisgestuurd als onderdeel van het HCC-lidmaatschap.

'Meld je aan voor de nieuwsbrief'

'Abonneer je nu op een of meerdere van onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van onze activiteiten!'

Aanmelden