De geschiedenis van de webbrowser deel 1 - Het venster waardoor de wereld onze computer binnenkwam

,

Woonkamer met man achter de computer

Je gebruikt allemaal wel een programma waar je nauwelijks nog over nadenkt. Je start ze automatisch op, gebruikt ze tientallen keren per dag en sluit ze pas af wanneer de computer uitgaat. Voor veel mensen is de webbrowser op die manier een vanzelfsprekend hulpmiddel geworden. We lezen er het nieuws mee, regelen onze bankzaken, luisteren muziek, kijken films, schrijven documenten en werken zelfs complete werkdagen in een omgeving die zich volledig binnen een venster afspeelt. Het is bijna niet meer voor te stellen dat een browser ooit slechts een klein programmaatje was waarmee een handvol wetenschappers documenten uitwisselde.

Toch is dat precies hoe het begon
Ik moet eerlijk toegeven dat ik me jarenlang nauwelijks heb afgevraagd wat een browser eigenlijk is. Toen ik mijn eerste internetverbinding kreeg, hoorde daar vanzelfsprekend Netscape Navigator bij en later Internet Explorer. Nog weer later volgden Firefox, Opera, Chrome en uiteindelijk Edge. Het was een programma dat je nodig had om internet op te gaan, meer niet. Pas toen ik zelf websites begon te bouwen en ontdekte dat dezelfde pagina in iedere browser nét iets anders werd weergegeven, begon ik te beseffen hoeveel techniek er achter dat ogenschijnlijk eenvoudige venster schuilgaat.

De geschiedenis van de browser blijkt bovendien veel meer te zijn dan het verhaal van een stuk software. Het is een geschiedenis van open standaarden en gesloten systemen, van idealisten en miljardenbedrijven, van technische innovaties en een van de felste concurrentiestrijden die de computerwereld ooit heeft gekend.

Internet bestond al voordat het web werd uitgevonden
Wie terugkijkt naar de beginjaren van internet, ontdekt al snel dat internet en het World Wide Web twee verschillende begrippen zijn. Het wereldwijde computernetwerk bestond al jarenlang voordat de eerste webpagina verscheen. Universiteiten en onderzoeksinstellingen wisselden bestanden uit via FTP, verstuurden elektronische post en logden op afstand in op andere computers. Dat gebeurde allemaal vanuit een tekstomgeving waarin gebruikers precies moesten weten welke opdrachten zij moesten invoeren en op welke server de gewenste informatie stond opgeslagen.

geralt hand 2811686 1280Voor een doorsnee computerliefhebber was dat geen aantrekkelijke omgeving. Internet was vooral een gereedschap voor wetenschappers en systeembeheerders en leek weinig op het kleurrijke web dat wij tegenwoordig kennen. De informatie was versnipperd, de bediening ingewikkeld en er bestond geen eenvoudige manier om documenten met elkaar te verbinden.

Die situatie veranderde aan het einde van de jaren tachtig door een Britse natuurkundige die bij CERN in Genève werkte. Tim Berners-Lee hield zich dagelijks bezig met de uitwisseling van wetenschappelijke informatie en ergerde zich eraan dat documenten verspreid waren over verschillende computers en systemen. Hij bedacht een oplossing die achteraf bijna vanzelfsprekend lijkt: waarom zouden documenten niet met elkaar verbonden kunnen worden door middel van aanklikbare verwijzingen? Een gebruiker hoeft dan niet langer te weten waar een bestand precies staat opgeslagen, maar kan simpelweg een link volgen naar de volgende pagina. Dat eenvoudige idee vormde de basis van het World Wide Web.

De eerste browser was eigenlijk zijn tijd ver vooruit
Wat veel mensen niet weten, is dat Tim Berners-Lee niet alleen het web bedacht, maar ook zelf de eerste browser schreef. Die kreeg de naam WorldWideWeb, later omgedoopt tot Nexus om verwarring met het web zelf te voorkomen.

Opmerkelijk genoeg was dit programma veel meer dan alleen een browser. Gebruikers konden documenten bekijken, maar ook direct aanpassen en nieuwe pagina’s maken. Berners-Lee zag het web niet als een digitaal tijdschrift waarin een kleine groep auteurs publiceert voor miljoenen lezers. Zijn droom was een omgeving waarin iedereen informatie kon lezen én toevoegen.

Dat idee klinkt verrassend modern. Wikipedia, blogs, sociale media en online samenwerkingsplatformen zijn in feite allemaal gebaseerd op die oorspronkelijke gedachte dat iedere gebruiker ook een maker kan zijn.

De eerste browser had echter één groot nadeel. Hij draaide uitsluitend op de geavanceerde NeXT-computers die Steve Jobs na zijn vertrek bij Apple had ontwikkeld. Dat waren prachtige machines, maar ze stonden slechts op een beperkt aantal universiteiten en onderzoeksinstellingen. Voor de gemiddelde pc-gebruiker was het programma onbereikbaar. Het web had een browser nodig die op gewone computers kon draaien.

Waarom hyperlinks revolutionair waren

Een hyperlink lijkt tegenwoordig niet meer dan een blauw gekleurd stukje tekst waarop je kunt klikken. Begin jaren negentig was het een revolutionair concept. Voor het eerst konden documenten op verschillende computers logisch met elkaar worden verbonden zonder dat de gebruiker hoefde te weten waar ze zich bevonden. Daarmee veranderde een verzameling losse bestanden in een netwerk van onderling verbonden kennis. Juist dat maakte het World Wide Web zo fundamenteel anders dan alle eerdere online systemen.

Mosaic opent de deur naar een nieuw tijdperk
Die browser verscheen in 1993 en kreeg de naam Mosaic. Het programma werd ontwikkeld aan het National Center for Supercomputing Applications, kortweg NCSA, onder leiding van de jonge programmeur Marc Andreessen.

Op het eerste gezicht leek Mosaic niet veel anders te doen dan zijn voorgangers. Ook deze browser kon webpagina’s openen en hyperlinks volgen. De kracht zat echter in de presentatie. Voor het eerst werden afbeeldingen niet in een apart venster geopend, maar direct tussen de tekst weergegeven. Dat lijkt tegenwoordig een detail, maar destijds maakte het een wereld van verschil. Een webpagina veranderde van een technisch document in een aantrekkelijke informatiebron waarin tekst en beeld elkaar versterkten.

Bovendien verscheen Mosaic voor Windows, Macintosh en Unix, waardoor miljoenen potentiële gebruikers ineens toegang kregen tot het World Wide Web. Binnen korte tijd ontstonden overal nieuwe websites. Universiteiten publiceerden onderzoeksresultaten, bedrijven ontdekten een nieuw marketingkanaal en enthousiaste hobbyisten bouwden persoonlijke pagina’s over hun favoriete computer, muziek of voetbalclub.

Wie in die tijd voor het eerst een modem aansloot en een webpagina bezocht, zal zich dat moment waarschijnlijk nog herinneren. Eerst klonk het karakteristieke gefluit en gekraak van de verbinding, daarna verscheen langzaam de tekst op het scherm, gevolgd door afbeeldingen die zich regel voor regel opbouwden. Iedere klik op een hyperlink voelde als een stap in onbekend gebied. Zoekmachines stonden nog in de kinderschoenen en de meeste mensen ontdekten nieuwe websites simpelweg door steeds weer op een volgende link te klikken. Internet voelde als een ontdekkingsreis.

De browser wordt een commercieel product
Marc Andreessen zag al snel dat het web veel groter zou worden dan een academisch experiment. Nog voordat Mosaic zijn grootste populariteit bereikte, verliet hij NCSA en richtte samen met ondernemer Jim Clark een nieuw bedrijf op. Hun doel was helder: een browser bouwen die het World Wide Web naar miljoenen gebruikers zou brengen. Het resultaat kreeg de naam Netscape Navigator.

Binnen enkele maanden groeide Netscape uit tot de standaardbrowser van internet. Vrijwel iedereen die online ging, gebruikte Navigator en het bedrijf werd het symbool van de jonge interneteconomie. Toen Netscape in 1995 naar de beurs ging, steeg de beurswaarde op de eerste handelsdag explosief. Hoewel het bedrijf nauwelijks winst maakte, geloofden beleggers dat het web de toekomst zou veranderen. Ze kregen gelijk.

Maar terwijl Netscape de markt leek te veroveren, begon in Redmond langzaam het besef door te dringen dat Microsoft een historische ontwikkeling over het hoofd had gezien. En toen besloot het softwarebedrijf – dat al de markt voor besturingssystemen domineerde – zich ook op het web te storten. Dat besluit zou leiden tot een strijd die jarenlang het aanzien van internet zou bepalen, webontwikkelaars tot wanhoop zou drijven en uiteindelijk zelfs zou uitmonden in rechtszaken wegens machtsmisbruik. Die geschiedenis vormt het onderwerp van het volgende deel: de browseroorlog.

geralt arrow 1773950 1920


Meer artikelen in de serie De geschiedenis van vind je hier


De bij dit artikel gebruikte (hoofd)afbeeldingen zijn digitaal gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie en vertegenwoordigen geen daadwerkelijk gefotografeerde situaties. Ook is er in het artikel gebruikgemaakt van gratis stockafbeeldingen van Pixabay.

Over de auteur

Marco Mekenkamp is eindredacteur van PC-Active. Dit 108 pagina's tellende magazine verschijnt elke twee maanden en is te koop in de winkel. Leden van HCC krijgen PC-Active zes keer per jaar thuisgestuurd als onderdeel van het HCC-lidmaatschap.

 

'Meld je aan voor de nieuwsbrief'

'Abonneer je nu op een of meerdere van onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van onze activiteiten!'

Aanmelden