Kunstmatige intelligentie wordt in hoog tempo onderdeel van ons dagelijks leven. We gebruiken AI voor het schrijven van teksten, het zoeken naar informatie, het samenvatten van documenten en steeds vaker ook bij ons werk. Maar begrijpen Nederlanders eigenlijk wel voldoende wat AI kan, en vooral wat AI niet kan? Uit onderzoek van IT-dienstverlener Conclusion onder 1.000 Nederlanders blijkt dat daar nog het nodige te verbeteren valt.
Rapportcijfer 5.1
De deelnemers kregen een kennistoets over kunstmatige intelligentie en behaalden gemiddeld een 5,1. Daarmee scoort Nederland volgens het onderzoek onvoldoende op basale AI-kennis.
Opvallend is dat veel Nederlanders zich wel degelijk bewust zijn van enkele risico's. Zo weet 51 procent dat AI tegenwoordig een telefoongesprek kan voeren zonder dat de gesprekspartner noodzakelijkerwijs doorheeft met een computer te praten. Ook weet 62 procent dat een door AI geschreven tekst niet altijd als zodanig herkenbaar is.
Kan AI werkelijk redeneren?
Meer onduidelijkheid bestaat over de manier waarop grote taalmodellen, oftewel Large Language Models (LLM's), werken. Een kwart van de ondervraagden denkt dat AI argumenten tegen elkaar afweegt zoals een mens dat doet. Nog eens 57 procent weet niet of een taalmodel zelfstandig kan redeneren.
Slechts 18 procent geeft het antwoord dat Conclusion als juist beschouwt: AI redeneert niet zoals mensen dat doen. Volgens Bastiaan Sjardin, Chief Technology Officer bij Conclusion, werken taalmodellen op basis van patronen in grote hoeveelheden gegevens en waarschijnlijkheden. De resultaten daarvan kunnen bijzonder overtuigend zijn, maar dat betekent niet dat achter een antwoord hetzelfde denkproces zit als bij een mens.
Juist daar schuilt een belangrijk risico. Een AI-systeem kan een antwoord produceren dat zeer zelfverzekerd, logisch en professioneel klinkt, terwijl de verstrekte informatie toch onjuist of onvolledig is.
We controleren AI nog te weinig
Dat blijkt ook uit een ander opvallend cijfer uit het onderzoek. Slechts 16 procent van de deelnemers zegt altijd te controleren of door AI verstrekte informatie daadwerkelijk klopt. Dat is weinig, zeker nu AI steeds vaker wordt gebruikt bij onderwerpen waarbij fouten grote gevolgen kunnen hebben. Denk bijvoorbeeld aan financiële beslissingen, werk, juridische vragen of informatie over gezondheid. AI kan daarbij een uitstekend hulpmiddel zijn, maar het blijft verstandig belangrijke informatie bij andere betrouwbare bronnen te controleren.
Ook over de verantwoordelijkheid bij fouten bestaat onzekerheid. Bijna de helft van de ondervraagden – 48 procent – begrijpt dat niet altijd duidelijk is wie verantwoordelijk is wanneer een AI-systeem een verkeerd advies geeft. Daarentegen denkt 26 procent dat die verantwoordelijkheid altijd helder is.
Verder weet 68 procent van de deelnemers dat AI-bedrijven gebruikersgesprekken kunnen inzetten om hun systemen te verbeteren. Ook dat is relevante kennis: wie AI gebruikt, doet er goed aan na te denken welke persoonlijke, vertrouwelijke of bedrijfsgevoelige informatie hij invoert.
Digitaal vaardig betekent ook AI-vaardig
We hoeven niet allemaal AI-specialist te worden. Maar nu AI steeds nadrukkelijker aanwezig is in computers, smartphones, zoekmachines en andere digitale diensten, wordt enige basiskennis wel steeds belangrijker.
Voor HCC-leden geldt daarom een eenvoudige vuistregel: gebruik AI vooral als hulpmiddel en assistent, maar blijf zelf nadenken. Controleer belangrijke antwoorden, wees voorzichtig met gevoelige informatie en ga er nooit automatisch vanuit dat een overtuigend geformuleerd AI-antwoord ook een juist antwoord is.
AI wordt steeds slimmer. Dat maakt het des te belangrijker dat wij als gebruikers óók weten wat we ermee doen.
(de afbeelding bij dit artikel is gegenereerd m.b.v. artificiële intelligentie)