Bij Meta, het moederbedrijf van Facebook, Instagram en WhatsApp, is onrust ontstaan onder medewerkers vanwege een nieuw intern AI-project. Volgens berichtgeving van de Amerikaanse krant The New York Times monitort Meta sinds kort muisbewegingen, toetsenbordaanslagen en schermactiviteit van werknemers om daarmee kunstmatige intelligentie te trainen.
Het doel van het systeem zou zijn om AI-modellen te leren hoe medewerkers tijdens een normale werkdag omgaan met software, informatie en digitale processen. Binnen Meta wordt dit gepresenteerd als een manier om “slimme werkpatronen” van medewerkers te gebruiken voor toekomstige AI-systemen. Toch voelen veel werknemers zich ongemakkelijk bij de omvang van de monitoring.
Geen mogelijkheid om deelname te weigeren
Uit interne correspondentie, die volgens The New York Times door medewerkers is gedeeld, blijkt dat de weerstand groot is. Vooral de mededeling van de CTO van Meta dat er “geen mogelijkheid tot opt-out” bestaat, leidde tot felle reacties. Medewerkers spraken intern over een “zorgwekkende onverschilligheid” tegenover privacyzorgen en noemden het beleid “demoraliserend”. Honderden werknemers reageerden met boze emoji’s op interne berichten. Volgens de krant zouden veel anderen zich stilhouden uit angst voor negatieve gevolgen.
Die angst speelt mede omdat Meta tegelijkertijd een grote ontslagronde voorbereidt. Het bedrijf heeft aangekondigd ongeveer 10 procent van zijn wereldwijd circa 78.000 medewerkers te willen ontslaan. Werknemers zouden vanaf 20 mei horen of hun functie op de tocht staat.
AI-training met menselijk gedrag
Meta benadrukt dat de verzamelde gegevens uitsluitend worden gebruikt voor AI-training en niet voor personeelsbeoordeling of prestatiecontrole. Volgens een woordvoerder zijn er bovendien technische maatregelen genomen om gevoelige gegevens te beschermen.
Ook topman Mark Zuckerberg probeerde tijdens een interne bijeenkomst de zorgen weg te nemen. Volgens hem is het systeem niet bedoeld om medewerkers te bespioneren, maar om AI-systemen te leren hoe ervaren professionals computers gebruiken bij hun dagelijkse werkzaamheden.
Toch raakt deze ontwikkeling een bredere maatschappelijke discussie: hoeveel digitale monitoring van werknemers is acceptabel? Zeker nu AI-systemen steeds meer afhankelijk worden van grote hoeveelheden praktijkdata, ontstaat er spanning tussen innovatie, privacy en controle op de werkvloer.
Europese privacyregels zijn veel strenger
De situatie bij Meta laat ook zien hoe verschillend de omgang met werknemersdata wereldwijd kan zijn. In Europa gelden doorgaans strengere privacyregels dan in de Verenigde Staten. Werkgevers mogen werknemers hier niet zomaar permanent monitoren of alle computeractiviteiten registreren.
Onder de AVG moeten organisaties kunnen aantonen dat monitoring noodzakelijk, proportioneel en transparant is. Zeker het registreren van toetsaanslagen of uitgebreide schermmonitoring wordt juridisch gezien als zeer ingrijpend. Vaak zijn daarvoor duidelijke procedures, een zwaarwegende noodzaak en aanvullende beveiligingsmaatregelen vereist. Voor organisaties betekent dit dat AI-projecten waarbij gebruikersgedrag wordt verzameld niet zomaar zonder overleg of beleid kunnen worden ingevoerd.
Wat betekent dit voor HCC-leden?
Voor HCC-leden is deze ontwikkeling vooral belangrijk omdat het laat zien hoe snel AI-systemen steeds meer gegevens verzamelen over menselijk gedrag achter de computer. Dat gebeurt niet alleen bij grote technologiebedrijven, maar steeds vaker ook via software op kantoor, clouddiensten, browsers en online platforms.
Het onderwerp raakt meerdere zaken waar HCC al langer aandacht voor vraagt:
- bewust omgaan met privacy en digitale veiligheid;
- kritisch kijken naar voorwaarden van online diensten;
- begrijpen welke gegevens software verzamelt;
- weten welke rechten je hebt als werknemer of gebruiker;
- en inzicht krijgen in hoe AI-systemen worden getraind.
Vooral leden die actief zijn binnen IT, systeembeheer, softwareontwikkeling of bestuur van verenigingen en organisaties krijgen steeds vaker te maken met vragen rondom monitoring, logging en AI-gebruik.
Daarnaast is het voor thuisgebruikers verstandig om kritisch te kijken naar software die uitgebreide rechten vraagt op een computer of laptop. Sommige programma’s kunnen bijvoorbeeld schermactiviteit, klikgedrag of gebruiksstatistieken verzamelen zonder dat gebruikers zich daar volledig van bewust zijn.
Controle over data wordt steeds belangrijker
De discussie rond Meta laat zien dat AI niet alleen draait om slimme chatbots of automatische afbeeldingen, maar vooral om data. Hoe meer gegevens bedrijven verzamelen, hoe beter AI-systemen menselijke handelingen kunnen nabootsen. Juist daarom groeit wereldwijd de discussie over digitale autonomie, privacy en controle over persoonsgegevens. Veel deskundigen verwachten dat regelgeving rondom AI-monitoring de komende jaren verder zal worden aangescherpt.
Binnen HCC blijft verantwoord gebruik van technologie een belangrijk onderwerp. Nieuwe ontwikkelingen bieden veel mogelijkheden, maar vragen tegelijkertijd om transparantie, duidelijke afspraken en respect voor privacy van gebruikers, vrijwilligers en medewerkers.
(foto gegenereerd met behulp van artificiële intelligentie)