Kunstmatige intelligentie vraagt steeds meer rekenkracht. Voor veel kleinere bedrijven, onderzoeksinstellingen en organisaties is de benodigde computerinfrastructuur echter kostbaar en ingewikkeld. In Noord-Brabant moet daar verandering in komen. De provincie investeert 4 miljoen euro in een project waarmee organisaties laagdrempelig gebruik kunnen maken van een krachtige AI-supercomputer.
Van gewone computer naar supercomputer
Het project, Supercomputing Brabant, moet het voor Brabantse organisaties gemakkelijker maken om bij de ontwikkeling en toepassing van kunstmatige intelligentie grote hoeveelheden rekenkracht te gebruiken.
Dat kan bijvoorbeeld interessant zijn voor bedrijven die productieprocessen met AI willen verbeteren, maar ook voor toepassingen waarbij grote hoeveelheden gegevens moeten worden geanalyseerd. Denk aan het herkennen en beoordelen van beelden, het trainen en testen van AI-modellen of toepassingen binnen de medische wereld.
De stap van een gewone computer naar een supercomputer is groot. Niet alleen vanwege de benodigde hardware, maar ook omdat het effectief gebruiken van zulke systemen specialistische kennis vereist. Binnen het Brabantse project krijgen deelnemende organisaties daarom niet alleen toegang tot de rekenkracht, maar ook begeleiding.
AI-supercomputer met Nvidia-technologie
De supercomputer maakt gebruik van nieuwe technologie van Nvidia, een Amerikaanse fabrikant die de afgelopen jaren een belangrijke rol heeft gekregen in de wereldwijde ontwikkeling van AI. Vooral de grafische processors van het bedrijf, GPU's, worden veel gebruikt voor het trainen en uitvoeren van AI-modellen.
De fysieke servers van de Brabantse supercomputer komen volgens de plannen overigens niet in Eindhoven of elders in Brabant te staan. Ze worden ondergebracht in een datacentrum in Finland en kunnen op afstand via internet worden gebruikt.
Dat illustreert tegelijkertijd hoe moderne supercomputing werkt: gebruikers hoeven niet letterlijk naast de enorme computers te zitten. De benodigde capaciteit kan via een snelle netwerkverbinding beschikbaar worden gesteld.
Ook interessant voor kleinere organisaties
Een belangrijk doel van het initiatief is om geavanceerde AI-technologie toegankelijk te maken voor organisaties die niet zelf over dergelijke kostbare infrastructuur beschikken.
Een genoemd praktijkvoorbeeld is het Eindhovense VBTI, dat AI-oplossingen ontwikkelt waarmee robots objecten kunnen herkennen en beoordelen. Met extra rekenkracht kan een nieuw AI-model bijvoorbeeld aanzienlijk sneller worden getraind. De opgedane kennis kan vervolgens worden gebruikt voor nieuwe toepassingen.
Dat kan voor kleinere bedrijven een belangrijk verschil maken. Zelf investeren in krachtige GPU-systemen is kostbaar, terwijl het huren van grote hoeveelheden commerciële cloudcapaciteit eveneens flink in de papieren kan lopen.
Op weg naar een Europees netwerk
Het Brabantse initiatief staat bovendien niet op zichzelf. Uiteindelijk is het de bedoeling dat dergelijke voorzieningen onderdeel worden van een breder Europees netwerk van AI-hubs.
Daarbij speelt ook digitale autonomie een rol. Europa wil voor belangrijke digitale technologie minder afhankelijk worden van grote Amerikaanse en Aziatische technologiebedrijven. Europese AI-infrastructuur, kennis en datacenters kunnen daarbij helpen.
Voor Nederlandse bedrijven kan een dergelijke AI-hub vooral een praktische betekenis krijgen. Kunstmatige intelligentie wordt daardoor niet alleen iets voor grote technologieconcerns met enorme budgetten. Ook kleinere ondernemingen en organisaties kunnen experimenteren met toepassingen waarvoor veel rekenkracht nodig is.
De investering van 4 miljoen euro in Brabant laat daarmee een bredere ontwikkeling zien: naast goede AI-software wordt toegang tot krachtige computerinfrastructuur steeds belangrijker. Wie serieus met geavanceerde AI aan de slag wil, heeft immers niet alleen slimme algoritmen nodig, maar ook voldoende computerkracht om ze te laten werken.
(de bij dit artikel gebruikte afbeelding is gegenereerd m.b.v. artificiële intelligentie)