Amerikaanse overheid steunt ruime uitleg van fair use voor AI-training

,

Boeken

Het Amerikaanse ministerie van Justitie vindt dat het trainen van AI-modellen op auteursrechtelijk beschermde teksten in beginsel onder fair use kan vallen. In een verklaring aan de rechtbank waarschuwt de overheid dat een te strenge uitleg van het auteursrecht de ontwikkeling van AI kan afremmen.

Standpunt van de Amerikaanse overheid
De verklaring van het Amerikaanse ministerie van Justitie is ingediend in de auteursrechtelijke rechtszaak tussen The New York Times en OpenAI. Het document is geen uitspraak van de rechter, maar een uiteenzetting van het belang dat de Amerikaanse overheid bij de zaak heeft en van haar juridische argumenten. De overheid vraagt de rechtbank om het standpunt af te wijzen dat het trainen van grote taalmodellen op auteursrechtelijk beschermde teksten per definitie in strijd is met het auteursrecht.

Volgens het ministerie heeft de Verenigde Staten een groot belang bij een sterke en concurrerende AI-sector. AI is volgens de verklaring van belang voor onder meer nationale veiligheid, economische ontwikkeling en wetenschappelijk onderzoek. De overheid stelt dat regels die de ontwikkeling van AI aanzienlijk moeilijker maken, de concurrentiepositie van Amerikaanse bedrijven kunnen verzwakken.

Fair use
De kern van het betoog draait om fair use, de Amerikaanse uitzondering op het auteursrecht. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het doel van het gebruik, de aard van het beschermde werk, de hoeveelheid overgenomen materiaal en het effect op de markt voor het oorspronkelijke werk. De overheid benadrukt dat deze factoren niet los van elkaar mogen worden beoordeeld en dat iedere zaak om een beoordeling van de specifieke omstandigheden vraagt.

Het ministerie maakt daarbij onderscheid tussen het trainen van een model en het gebruik van de uitkomsten. Bij het trainen worden kopieën van teksten gebruikt om een model patronen in taal en kennis te laten leren. Volgens de overheid is dat een ander doel dan het oorspronkelijke doel van een tekst, bijvoorbeeld het informeren of vermaken van lezers. Het trainen van een model is volgens de verklaring daarom een zeer transformerend gebruik.

Dat betekent volgens de overheid niet dat iedere uitkomst van een AI-model automatisch is toegestaan. Wanneer een model een auteursrechtelijk beschermd werk grotendeels reconstrueert en verspreidt, kunnen daar afzonderlijke juridische vragen over ontstaan. Die mogelijke problemen moeten volgens het ministerie echter los worden beoordeeld van de vraag of het trainen zelf onder fair use valt.

Gevolgen voor de markt
Een belangrijk argument in de verklaring is dat een verplichting om voor alle trainingsdata licentiekosten te betalen de concurrentie kan beperken. Volgens de overheid zouden vooral de grootste technologiebedrijven voldoende financiële middelen hebben om dergelijke kosten te dragen. Dat zou kleinere AI-ontwikkelaars en start-ups benadelen.

Het ministerie wijst er ook op dat AI juist kleinere en onafhankelijke uitgevers kan helpen. Zij kunnen bijvoorbeeld AI gebruiken om afbeeldingen voor artikelen te maken of om nieuwe manieren te vinden om lezers naar hun publicaties te leiden. Een te strenge uitleg van het auteursrecht zou volgens de overheid dergelijke toepassingen kunnen bemoeilijken.

De verklaring laat ruimte voor andere oplossingen. De overheid noemt onder meer licentiemodellen en collectieve rechtenregelingen als mogelijke manieren om rechthebbenden te beschermen. Tegelijkertijd stelt zij dat het niet aan de rechter is om zonder meer een algemene licentieplicht voor AI-training vast te leggen.

Wat betekent dit voor HCC-leden?
Voor HCC-leden die AI gebruiken, is vooral het onderscheid tussen AI-training en AI-uitvoer belangrijk. De verklaring gaat niet over een algemene vrijbrief om auteursrechtelijk beschermd materiaal zonder toestemming te kopiëren of te verspreiden. Wel laat zij zien dat de juridische discussie over het trainen van AI-modellen nog volop in beweging is. De uitkomst kan gevolgen hebben voor de ontwikkeling van AI-diensten, maar ook voor de manier waarop makers en rechthebbenden hun werk beschikbaar stellen.

Standpunt van HCC
HCC vindt het belangrijk dat technologische innovatie mogelijk blijft, maar ook dat makers en rechthebbenden serieus worden genomen. Een duidelijke juridische basis voor AI-training is daarom wenselijk. Tegelijkertijd moeten gebruikers kunnen vertrouwen op AI-diensten die zorgvuldig omgaan met auteursrechtelijk beschermd materiaal. HCC volgt de ontwikkelingen rond AI en auteursrecht met belangstelling.

'Meld je aan voor de nieuwsbrief'

'Abonneer je nu op een of meerdere van onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van onze activiteiten!'

Aanmelden