Kunstmatige intelligentie wordt steeds beter in het oplossen van complexe problemen. AI-systemen kunnen inmiddels programmeercode schrijven, wetenschappelijke artikelen samenvatten en zelfs bijdragen aan het oplossen van ingewikkelde wiskundige vraagstukken. Maar juist dat succes zorgt voor nieuwe vragen. Wat gebeurt er met de rol van de mens wanneer een computer steeds meer lijkt te kunnen wat vroeger uitsluitend het domein van wetenschappers was?
Een internationale groep wiskundigen heeft daarover recent aan de bel getrokken. In de zogeheten Leiden Declaration on Artificial Intelligence and Mathematics waarschuwen zij dat AI grote kansen biedt, maar tegelijkertijd fundamentele waarden van de wiskunde onder druk zet.
AI wordt steeds beter in wiskunde
Nog maar enkele jaren geleden maakten AI-systemen regelmatig eenvoudige rekenfouten. Inmiddels zijn de mogelijkheden sterk toegenomen. Moderne AI-modellen kunnen complexe formules analyseren, bewijzen controleren en suggesties doen voor nieuwe oplossingsrichtingen.
Dat betekent niet dat AI zelfstandig een nieuwe Einstein of Gauss is geworden. Wel kan de technologie onderzoekers ondersteunen bij taken die veel tijd kosten, zoals het doorzoeken van enorme hoeveelheden wetenschappelijke literatuur, het controleren van bewijsstappen of het vinden van patronen die voor mensen moeilijk zichtbaar zijn.
Veel wiskundigen zien deze ontwikkeling als een waardevol hulpmiddel. Tegelijkertijd ontstaat de vraag waar de grens ligt tussen ondersteuning en vervanging.
Waar maken wiskundigen zich zorgen over?
Volgens de opstellers van de Leidse Verklaring draait wiskunde niet alleen om het vinden van een juist antwoord. Minstens zo belangrijk is het begrijpen waarom iets waar is. Een wiskundig bewijs moet inzicht geven en controleerbaar zijn door andere onderzoekers.
Daar wringt volgens hen de schoen. Veel moderne AI-systemen functioneren als een soort "zwarte doos". Ze produceren een antwoord, maar het is niet altijd duidelijk hoe dat antwoord precies tot stand is gekomen. Daardoor kan een resultaat overtuigend lijken terwijl er toch een fout in zit.
De onderzoekers noemen onder andere de volgende risico's:
* AI kan schijnbaar correcte bewijzen produceren die subtiele fouten bevatten.
* Bronvermeldingen ontbreken vaak of zijn onvolledig.
* Onderzoekers kunnen afhankelijk worden van dure commerciële AI-systemen.
* De mogelijkheden van AI worden soms overdreven voorgesteld.
De onderzoeksagenda kan verschuiven richting wat technisch of commercieel interessant is, in plaats van wat wetenschappelijk relevant is.
Een hulpmiddel, geen vervanger
Opvallend is dat de verklaring niet oproept om AI uit de wetenschap te weren. Integendeel. De auteurs erkennen dat AI waardevolle ondersteuning kan bieden. Wel vinden zij dat menselijke onderzoekers altijd eindverantwoordelijk moeten blijven voor hun werk. Een AI-systeem mag helpen bij het schrijven van een artikel of het controleren van berekeningen, maar kan volgens hen geen auteur zijn. Verantwoordelijkheid voor de inhoud blijft bij de mens liggen.
Dat sluit aan bij een bredere discussie die momenteel in veel vakgebieden wordt gevoerd. Ook bij juristen, artsen, programmeurs en journalisten speelt de vraag hoe ver automatisering mag gaan voordat menselijke controle onmisbaar wordt.
Wat betekent dit voor HCC-leden?
Voor veel HCC-leden is deze discussie herkenbaar. AI-tools zoals ChatGPT, Claude en Gemini worden steeds vaker gebruikt voor programmeerwerk, data-analyse, onderwijs en technische documentatie.
Het is verleidelijk om een AI-systeem blindelings te vertrouwen, zeker wanneer het antwoord overtuigend klinkt. Juist bij technische onderwerpen blijft controle echter noodzakelijk. AI kan uitstekende suggesties geven, maar maakt nog steeds fouten, verzint soms bronnen en kan redeneringen presenteren die logisch lijken maar feitelijk onjuist zijn.
Dat geldt niet alleen voor wetenschappelijke wiskunde, maar ook voor dagelijkse toepassingen zoals:
* het schrijven van software;
* het analyseren van spreadsheets;
* het oplossen van technische problemen;
* het interpreteren van financiële gegevens;
* het genereren van rapportages.
De beste resultaten ontstaan meestal wanneer mens en AI samenwerken. De computer levert snelheid en verwerkingskracht; de mens levert ervaring, context, kritisch denken en gezond verstand.
Standpunt van HCC
HCC ziet kunstmatige intelligentie als een van de belangrijkste technologische ontwikkelingen van deze tijd. AI biedt enorme mogelijkheden voor leren, onderzoek, creativiteit en productiviteit.
Tegelijkertijd onderschrijft HCC het belang van transparantie en kritisch gebruik. Een AI-systeem moet een hulpmiddel blijven en geen vervanging worden voor menselijk inzicht. Of het nu gaat om een wiskundig bewijs, een computerprogramma of een financieel advies: uiteindelijk moet een mens begrijpen wat er gebeurt en verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het resultaat.
De waarschuwing van de wiskundigen is daarom niet zozeer een waarschuwing tegen AI, maar een oproep om technologie verstandig te gebruiken. De uitdaging voor de komende jaren zal zijn om de kracht van AI te benutten zonder het menselijke begrip, de controle en de creativiteit uit het oog te verliezen. Want juist die eigenschappen maken wetenschap, techniek en innovatie uiteindelijk mogelijk.