Kunstmatige intelligentie is inmiddels stevig doorgedrongen in het dagelijks leven, maar meer kennis over AI leidt niet automatisch tot meer vertrouwen. Integendeel: juist mensen die goed begrijpen wat AI kan, maken zich vaker zorgen over hun baan. Dat blijkt uit de nieuwe KI-Monitor 2026 van de TU Darmstadt, Duitsland.
Voor het onderzoek werden in samenwerking met YouGov meer dan 2.000 mensen van 16 jaar en ouder in Duitsland ondervraagd. Volgens de onderzoekers gebruikt inmiddels 72 procent van de bevolking AI ten minste af en toe. Bijna de helft gebruikt AI wekelijks. Tegelijkertijd heeft ruim een kwart de technologie nog nooit gebruikt.
Het gebruik verschilt sterk per groep. Vooral jongeren, hoger opgeleiden en mannen maken veel gebruik van AI. De toepassingen lopen uiteen van het opzoeken van informatie en het schrijven, verbeteren of vertalen van teksten tot brainstormen, het maken van media en programmeren. AI is daarmee voor een groeiende groep niet langer een experimentele technologie, maar een dagelijks hulpmiddel.
Toch is de houding tegenover AI niet eenduidig. 25,7 procent van de ondervraagden ziet vooral kansen in AI, terwijl 28,8 procent meer risico's ziet. Voor 40,8 procent wegen kansen en risico's ongeveer even zwaar. Nieuwsgierigheid is met 52,2 procent het meest genoemde gevoel bij AI, maar ook zorgen spelen een grote rol: 44,7 procent noemt zichzelf bezorgd.
Meer kennis, meer angst
Een van de opvallendste conclusies uit het onderzoek gaat over de arbeidsmarkt. Je zou kunnen verwachten dat mensen minder bang worden voor AI zodra ze beter begrijpen hoe de technologie werkt. De resultaten laten juist het tegenovergestelde zien.
Van de mensen met zeer veel kennis over AI verwacht ongeveer 43 procent dat AI hun werk binnenkort zou kunnen overnemen. Bij mensen met weinig kennis over AI ligt dat aandeel veel lager. Volgens Peter Buxmann, hoogleraar Wirtschaftsinformatik aan de TU Darmstadt en projectleider van het onderzoek, komt dit doordat mensen die AI goed begrijpen ook beter zien welke mogelijkheden de technologie inmiddels heeft.
Daarbij blijkt niet zozeer de sector waarin iemand werkt bepalend te zijn, maar vooral wat voor soort werk iemand doet. Werk waarbij het eindresultaat volledig digitaal is, loopt meer risico. Denk aan het schrijven van teksten, het maken van analyses en presentaties of het produceren van programmacode. Werk dat sterk afhankelijk is van fysieke aanwezigheid, zoals veel ambachtelijke en zorgtaken, is moeilijker door generatieve AI te vervangen.
Dat betekent volgens de onderzoekers dat de gevolgen van AI niet eenvoudig per beroepsgroep zijn vast te stellen. Binnen vrijwel iedere sector kunnen werkzaamheden voorkomen die relatief eenvoudig te automatiseren zijn, terwijl andere taken juist menselijke aanwezigheid, ervaring of praktische vaardigheden vereisen.
Grote achterstand
Tegelijkertijd constateert de KI-Monitor een opvallende kloof tussen het gebruik van AI en het volgen van opleidingen. Slechts 15 procent van de ondervraagden heeft tot nu toe een AI-training gevolgd. Onder werkenden ligt dat aandeel hoger, maar ook daar blijft een groot deel afhankelijk van zelf aangeleerde kennis.
Ook binnen organisaties bestaat een verschil. Van de leidinggevenden heeft 35,2 procent een AI-opleiding gevolgd, tegenover 18,6 procent van de niet-leidinggevenden. Volgens de onderzoekers kan daardoor een kloof ontstaan tussen de mensen die AI-strategieën bepalen en degenen die er in de dagelijkse praktijk mee moeten werken.
Dat is volgens de onderzoekers een belangrijk aandachtspunt. Alleen investeren in AI-systemen is niet voldoende. Werknemers moeten ook begrijpen wat de technologie doet, waar de beperkingen liggen en hoe AI verantwoord kan worden ingezet. Zonder die kennis bestaat het risico dat organisaties wel AI invoeren, maar onvoldoende profiteren van de mogelijkheden.
Hallucinaties grootste zorg
De zorgen over AI gaan overigens niet alleen over banen. Vooral de betrouwbaarheid van de technologie speelt een grote rol. Het vaakst worden zogenaamde hallucinaties genoemd: AI-systemen die overtuigend klinkende maar onjuiste informatie produceren. 66,3 procent van de deelnemers noemt dit een belangrijk risico. Daarna volgen de gebrekkige controleerbaarheid van informatie met 61,8 procent en privacy en gegevensbescherming met 61,4 procent.
Ook het verlies van eigen vaardigheden baart zorgen. Ruim de helft van de deelnemers noemt dit als risico. De energieconsumptie en milieubelasting van AI worden door 37,4 procent genoemd. Een toekomstige superintelligentie lijkt vooralsnog minder tot de verbeelding te spreken: ongeveer vier op de tien deelnemers achten die ontwikkeling waarschijnlijk.
De onderzoekers zien daarmee vooral zorgen over problemen die mensen nu al kunnen ervaren. Het gaat minder om een verre toekomst met autonome superintelligente systemen en meer om de vraag of de informatie van een chatbot klopt, wat er met persoonlijke gegevens gebeurt en of mensen hun eigen kennis en vaardigheden blijven gebruiken.
Niet alleen banen verdwijnen
De TU Darmstadt verwacht dat generatieve AI ook nieuwe werkzaamheden en functies zal opleveren. Toch is projectleider Buxmann niet ervan overtuigd dat die nieuwe banen de banen die verdwijnen volledig zullen compenseren. Daarmee wordt de discussie volgens hem breder dan alleen een economische kwestie.
Wie zijn baan verliest, raakt immers niet alleen inkomen kwijt. Werk biedt ook sociale contacten, structuur en een gevoel van maatschappelijke deelname. Volgens Buxmann moeten bedrijven en politiek daarom niet proberen de zorgen over AI simpelweg weg te praten. Investeren in scholing en eerlijke antwoorden over de gevolgen van AI voor de arbeidsmarkt zijn volgens hem belangrijker.
De KI-Monitor laat daarmee een opvallende paradox zien. Juist wie goed weet wat AI kan, ziet ook scherper welke werkzaamheden door de technologie kunnen veranderen of verdwijnen. Meer kennis neemt de onzekerheid dus niet automatisch weg. Het maakt de discussie over de toekomst van werk juist concreter.
Wat betekent dit voor HCC-leden?
Voor HCC-leden is vooral de combinatie van AI-gebruik en kennis interessant. Wie AI gebruikt voor bijvoorbeeld het schrijven van teksten, het analyseren van informatie, programmeren of andere digitale taken, krijgt steeds meer mogelijkheden om werkzaamheden te automatiseren. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om AI-uitvoer kritisch te controleren, zeker omdat fouten en verzonnen informatie volgens de studie tot de grootste zorgen behoren.
Standpunt van HCC
HCC vindt het belangrijk dat iedereen de kans krijgt om zich digitale vaardigheden eigen te maken en nieuwe technologie op een veilige en verstandige manier te gebruiken. AI zal de komende jaren waarschijnlijk een steeds grotere rol spelen in computergebruik en het dagelijks leven. Kennis over de mogelijkheden én beperkingen van AI helpt gebruikers om daar zelfstandig en kritisch mee om te gaan. Juist daarom is het belangrijk dat AI-vaardigheden niet alleen bij een kleine groep experts of leidinggevenden terechtkomen, maar breed beschikbaar zijn.