Je stapt op de fiets, opent Google Maps en ziet dat je volgens de app over 24 minuten op je bestemming bent. Toch kom je pas ruim een halfuur later aan. Herkenbaar? De voorspelde fietstijd van Google Maps blijkt lang niet voor iedereen even nauwkeurig. De enorme groei van het aantal e-bikes kan daarbij mogelijk een rol spelen.
Voor automobilisten is Google Maps vaak opvallend goed in het voorspellen van de aankomsttijd. De navigatiedienst beschikt over actuele en historische verkeersgegevens en kan onderweg rekening houden met files en vertragingen. Voor fietsers is een betrouwbare voorspelling veel lastiger. Want hoe snel rijdt ‘de gemiddelde fietser’ eigenlijk?
De gemiddelde fietser bestaat niet
Daar begint meteen het probleem. Een scholier op een stadsfiets, een recreatieve fietser, een geoefende forens en iemand op een elektrische fiets bewegen zich allemaal met verschillende snelheden door het verkeer. Ook leeftijd, conditie, type fiets en route hebben grote invloed.
Volgens cijfers die RTL Nieuws aanhaalt, ligt de gemiddelde snelheid van Nederlandse fietsers rond de 19,6 kilometer per uur. Dat is duidelijk hoger dan de snelheid waarmee sommige andere routeplanners rekenen. Een verschil van slechts enkele kilometers per uur kan op een langere rit al snel vijf, tien of zelfs meer minuten schelen.
Google zelf geeft maar beperkt inzicht in de exacte manier waarop de fietstijd wordt berekend. Daardoor is niet volledig duidelijk welke gegevens worden meegenomen en hoe zwaar die afzonderlijk meetellen.
Maken e-bikes de voorspelling te optimistisch?
Een mogelijke verklaring voor afwijkende fietstijden is de sterke opkomst van de elektrische fiets. E-bikes zijn inmiddels niet meer weg te denken uit het Nederlandse straatbeeld. Veel gebruikers rijden daarmee gemiddeld sneller dan op een gewone fiets, zeker op langere afstanden.
Wanneer een navigatiedienst historische snelheidsgegevens gebruikt van fietsers op een bepaald traject, kunnen e-bikegebruikers het gemiddelde mogelijk omhoog trekken. Voor iemand die vervolgens met een gewone stadsfiets dezelfde route aflegt, kan de voorspelde reistijd daardoor te optimistisch uitvallen.
Geo-adviseur Peter Merx van de Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen noemt de invloed van elektrische fietsen als mogelijke factor. Hoe groot die invloed werkelijk is, valt echter moeilijk vast te stellen. Google maakt immers niet openbaar hoe het algoritme precies werkt.
Het is daarom belangrijk om niet te snel te concluderen dat e-bikes dé oorzaak zijn. Wel illustreren ze een fundamenteel probleem: één standaardberekening moet een voorspelling doen voor miljoenen fietsers die onderling sterk van elkaar verschillen.
Tegenwind kan je hele planning veranderen
Iedere Nederlandse fietser weet dat tien kilometer met wind mee iets heel anders is dan tien kilometer met stevige tegenwind. Toch is het voor een routeplanner bijzonder ingewikkeld om de persoonlijke invloed daarvan exact te voorspellen.
Een fitte fietser op een racefiets heeft bij tegenwind een ander tijdverlies dan iemand op een zware stadsfiets. Een e-bike kan een deel van het verschil compenseren, afhankelijk van de ondersteuningsstand en de acculading.
Ook regen, temperatuur en gladheid kunnen invloed hebben. Daarnaast maakt de route zelf veel uit. Een kort traject door een druk stadscentrum met tientallen verkeerslichten kan uiteindelijk meer tijd kosten dan een langere route over een vrijliggend fietspad.
Daar komt bij dat werkzaamheden, tijdelijke afsluitingen en onverwachte drukte niet altijd onmiddellijk correct in een routeplanner zijn verwerkt.
Jouw telefoon weet mogelijk hoe snel je beweegt
Achter moderne navigatiediensten gaan enorme hoeveelheden gegevens schuil. Smartphones kunnen, afhankelijk van de ingestelde toestemmingen, informatie verzamelen over locatie, snelheid en beweging.
Op basis daarvan kunnen systemen patronen herkennen. Wie zich met enkele kilometers per uur over een voetpad verplaatst, is waarschijnlijk aan het wandelen. Wie sneller over een fietspad beweegt, zit vermoedelijk op de fiets. Hogere snelheden op een autoweg wijzen weer op gemotoriseerd verkeer.
Wanneer grote aantallen gebruikers gegevens delen, kunnen routeplanners daar waardevolle informatie uit halen. Zo ontstaat steeds meer inzicht in werkelijke verplaatsingssnelheden op bepaalde trajecten.
Tegelijkertijd roept dat privacyvragen op. Veel mensen gebruiken dagelijks navigatie zonder regelmatig te controleren welke apps toegang hebben tot hun locatie. Soms is dat alleen tijdens actief gebruik, maar een app kan – afhankelijk van de instellingen – ook op andere momenten locatietoegang hebben.
Waarom Google Maps jouw fietstempo moeilijk kent
Het fundamentele probleem is dat Google Maps niet altijd precies weet met welk type fiets jij onderweg bent en hoe sportief je rijdt.
Een gewone stadsfiets is iets anders dan een e-bike. Een racefiets is weer een andere categorie en ook een speedpedelec heeft een afwijkend snelheidsprofiel. Zelfs twee mensen op exact dezelfde fiets kunnen over dezelfde afstand een totaal verschillende reistijd hebben.
Gespecialiseerde fiets- en sportapps kunnen soms beter aansluiten bij het individu, bijvoorbeeld doordat ze eerdere ritten en persoonlijke prestaties gebruiken. Bij een algemene routeplanner ligt de nadruk vooral op het vinden van een geschikte route en een bruikbare schatting voor een brede groep gebruikers.
Dat maakt Google Maps niet onbruikbaar voor fietsers. Integendeel: de dienst is voor veel mensen bijzonder praktisch. Maar de aankomsttijd moet wel worden gezien voor wat hij is: een berekende verwachting en geen belofte.
Zo ontdek je of Google Maps bij jou in de buurt komt
Wie regelmatig fietst, kan eenvoudig testen hoe betrouwbaar de voorspelling persoonlijk is. Vergelijk gedurende een aantal ritten de vooraf geschatte tijd met de werkelijke reistijd.
Stel dat Google Maps voor meerdere vergelijkbare ritten 30 minuten voorspelt, terwijl jij gemiddeld 36 minuten nodig hebt. Dan weet je dat je bij toekomstige ritten ongeveer 20 procent extra tijd kunt reserveren.
Andersom kan natuurlijk ook. Wie op een snelle e-bike rijdt, komt mogelijk structureel eerder aan dan Google voorspelt. In dat geval leer je eveneens hoe je de getoonde tijd voor je eigen situatie moet interpreteren.
Vooral bij belangrijke afspraken is zo’n persoonlijke correctiefactor nuttig. Wie een trein moet halen, een bijeenkomst bezoekt of op tijd bij een afspraak moet zijn, kan beter niet blind vertrouwen op één getal in een app.
Wat betekent dit voor HCC-leden?
Voor HCC-leden is dit een interessant voorbeeld van hoe algoritmen steeds vaker ongemerkt kleine beslissingen in ons dagelijks leven beïnvloeden. Een getal als ‘24 minuten fietsen’ oogt exact en objectief. In werkelijkheid is het de uitkomst van een model dat werkt met aannames, gemiddelden en beschikbare gegevens.
Dat geldt niet alleen voor navigatie. Ook zoekmachines, streamingdiensten, webwinkels, sociale media en AI-systemen doen voortdurend voorspellingen op basis van modellen. Hoe preciezer een getal wordt gepresenteerd, hoe groter de verleiding om het als vaststaand feit te beschouwen.
Juist daarom is enige digitale nuchterheid verstandig. Controleer of voorspellingen in jouw persoonlijke situatie kloppen en houd rekening met omstandigheden die een algoritme mogelijk onvoldoende kent.
HCC adviseert daarnaast om af en toe de locatie-instellingen van je smartphone door te nemen. Controleer welke apps toegang hebben tot je locatie en vraag jezelf af of permanente toegang werkelijk noodzakelijk is. Vaak kun je kiezen voor toegang ‘alleen tijdens gebruik van de app’, wat vanuit privacyoogpunt een verstandige instelling kan zijn.
Standpunt van HCC: geef fietsers meer controle
HCC vindt dat digitale routeplanners een grote praktische meerwaarde hebben. Ze helpen mensen nieuwe routes ontdekken, maken reizen eenvoudiger en kunnen bijdragen aan de keuze om vaker de fiets te nemen.
Tegelijkertijd zou meer transparantie over de berekening van fietstijden welkom zijn. Een voorspelde aankomsttijd wordt waardevoller wanneer gebruikers weten van welke uitgangspunten de dienst uitgaat.
HCC zou het daarom een logische ontwikkeling vinden wanneer routeplanners fietsers meer persoonlijke instellingen bieden. Denk aan een keuze tussen gewone fiets, e-bike, racefiets en eventueel speedpedelec. Ook een instelling voor rustig, gemiddeld of sportief tempo zou de voorspelling beter kunnen laten aansluiten bij de individuele gebruiker.
Tot die tijd geldt een eenvoudig advies: gebruik Google Maps vooral als handige routehulp, maar beschouw de voorspelde fietstijd niet als absolute waarheid. Zeker als je ergens écht op tijd moet zijn, blijft een paar minuten extra marge nog altijd de meest betrouwbare technologie.