Het aantal cyberaanvallen op Nederlandse scholen stijgt snel. Staatssecretaris Koen Becking (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) waarschuwt dat scholen niet kunnen wachten tot 2030 om hun digitale beveiliging op orde te brengen. Volgens Becking is de urgentie groot, want leerlingen en medewerkers moeten veilig online kunnen werken.
Uit nieuw onderzoek blijkt dat basisscholen en middelbare scholen steeds vaker doelwit zijn van digitale aanvallen, variërend van phishingmails tot ransomware. Vooral de kwetsbaarheid van leerlinggegevens en de afhankelijkheid van digitale leermiddelen maken het onderwijs een aantrekkelijk doelwit voor cybercriminelen.
Volgens de Rijksoverheid moeten scholen versneld maatregelen nemen om hun ICT-systemen te beveiligen. Het ministerie van OCW werkt samen met SURF, Kennisnet en de PO- en VO-Raden aan een nationaal plan om digitale weerbaarheid in het onderwijs te versterken. Dit plan richt zich onder meer op het delen van kennis, het verbeteren van basisbeveiliging en het stimuleren van samenwerking tussen scholen.
Becking benadrukt dat digitale veiligheid niet alleen een technische kwestie is, maar ook een bestuurlijke verantwoordelijkheid. Scholen moeten zich realiseren dat een cyberaanval grote gevolgen kan hebben voor het onderwijsproces en het vertrouwen van ouders en leerlingen, meent de staatssecretaris.
Om scholen te ondersteunen, komt er extra hulp bij het uitvoeren van risicoanalyses en het opstellen van beveiligingsplannen. Ook wordt gewerkt aan een landelijke meldstructuur voor cyberincidenten, zodat scholen sneller en effectiever kunnen reageren bij een aanval.
De staatssecretaris roept scholen op om niet te wachten met actie, want digitale veiligheid is net zo belangrijk als fysieke veiligheid.
