Het kabinet trekt de eerdere plannen om het luchtalarm af te schaffen feitelijk terug. Nederland krijgt een nieuw landelijk sirenenetwerk dat samen met Defensie moet zorgen voor snellere waarschuwingen bij militaire dreigingen, overstromingen en andere noodsituaties. Daarmee blijft de sirene bestaan naast NL-Alert.
Minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) en minister Ruben Brekelmans (Defensie) hebben afgesproken een nieuw netwerk te bouwen dat gekoppeld wordt aan de detectiesystemen van Defensie. Volgens het kabinet is dat nodig om Nederland beter voor te bereiden op de dreigingen van deze tijd.
Het huidige waarschuwingssysteem is verouderd en aan vervanging toe. De nieuwe sirenes krijgen landelijke dekking en kunnen centraal worden aangestuurd. Wanneer Defensie een dreiging detecteert, kunnen burgers zowel via NL-Alert als via het nieuwe sirenenetwerk worden gewaarschuwd.
Ommekeer na eerdere afschaffingsplannen
Nog geen maand geleden maakte het kabinet bekend dat het bestaande Waarschuwings- en Alarmeringssysteem vanaf 2028 zou verdwijnen. Omdat er geen geld beschikbaar was voor vervanging, moest NL-Alert het belangrijkste waarschuwingsmiddel worden.
Die plannen stuitten echter op kritiek van veiligheidsregio's en een meerderheid van de Tweede Kamer. Zij vonden het onverstandig om volledig afhankelijk te worden van één systeem. Uiteindelijk is besloten alsnog te investeren in een nieuwe generatie sirenes.
NL-Alert bereikt niet iedereen
NL-Alert geldt als een modern systeem waarmee mensen via mobiele telefoons worden gewaarschuwd. In normale omstandigheden bereikt het systeem het overgrote deel van de bevolking, maar niet iedereen ontvangt een melding.
Mensen zonder mobiele telefoon, gebruikers van oudere toestellen en mensen die tijdelijk geen bereik hebben, kunnen een alarm missen. Ook telefoons die uitstaan of in vliegtuigmodus staan ontvangen geen waarschuwingen.
Daarnaast beschikken veel kinderen nog niet over een eigen telefoon. Jongere kinderen zijn bij een calamiteit vaak afhankelijk van volwassenen in hun omgeving om een waarschuwing te ontvangen en instructies op te volgen. Ook sommige ouderen hebben geen smartphone of maken beperkt gebruik van mobiele technologie.
Ook toeristen ontvangen meldingen
Buitenlandse bezoekers kunnen in de meeste gevallen eveneens een NL-Alert ontvangen. Het systeem werkt via zogeheten cell broadcast-technologie en is niet afhankelijk van een Nederlands telefoonnummer. Toeristen met een moderne smartphone krijgen daardoor doorgaans dezelfde waarschuwingen als Nederlandse gebruikers.
Alleen bezoekers met oudere toestellen of mensen die geen verbinding hebben met een Nederlands mobiel netwerk kunnen meldingen missen. In grensgebieden kan het bovendien voorkomen dat telefoons verbinding maken met een Belgische of Duitse zendmast.
Meer zekerheid bij crises
De discussie over het behoud van de sirenes draaide niet alleen om het aantal mensen dat geen NL-Alert ontvangt, maar vooral om de kwetsbaarheid van een systeem dat volledig afhankelijk is van telecomnetwerken.
Deskundigen wijzen erop dat storingen, cyberaanvallen of grootschalige stroomuitval ertoe kunnen leiden dat een deel van de bevolking geen waarschuwing ontvangt. Ook kunnen mensen slapen, hun telefoon niet bij zich hebben of het waarschuwingssignaal niet opmerken.
Een sirene bereikt daarentegen ook mensen die buiten zijn, kinderen die nog geen eigen telefoon hebben en personen die op dat moment geen toegang hebben tot een mobiel netwerk. Volgens voorstanders zorgt een combinatie van verschillende waarschuwingsmiddelen daarom voor meer zekerheid tijdens noodsituaties.
Met het besluit om een nieuw sirenenetwerk te bouwen kiest het kabinet uiteindelijk voor die benadering. Nederland krijgt daarmee opnieuw een systeem waarin sirenes en mobiele waarschuwingen elkaar aanvullen, in plaats van elkaar te vervangen.