Nederland en de Europese Unie zijn historisch sterk afhankelijk geweest van de Verenigde Staten op het gebied van defensie, handel en technologie. Maar met de veranderende koers van de Amerikaanse politiek groeit het besef dat technologische afhankelijkheid een risico vormt.
Hoe kunnen overheden én burgers zich digitaal onafhankelijker opstellen? En wat kost dat jou? De Verenigde Staten waren lange tijd een stabiele bondgenoot voor Nederland en Europa. Niet alleen op het gebied van veiligheid, maar ook technologisch. Veel essentiële infrastructuur – van e-maildiensten tot besturingssystemen – is gebaseerd op Amerikaanse technologie. Denk aan Microsoft, Apple, Google, Amazon en talloze andere platforms die draaien op Amerikaanse servers of softwarestandaarden. Maar met het presidentschap van Donald Trump is het vertrouwen in de voorspelbaarheid van Amerika als partner onder druk komen te staan.
Europa is op digitaal gebied kwetsbaar. Niet alleen zijn onze clouddiensten grotendeels afhankelijk van Amerikaanse bedrijven, maar ook softwarelicenties, databescherming en standaarden worden grotendeels bepaald buiten de EU. In deze tijden van geopolitieke spanning of onbetrouwbaar buitenlands beleid kan die afhankelijkheid leiden tot strategische risico’s. Dat blijkt ook uit discussies over de Cloud Act, die het voor Amerikaanse autoriteiten mogelijk maakt toegang te eisen tot gegevens van Amerikaanse bedrijven; ook als die fysiek in Europa worden opgeslagen.
Om die afhankelijkheid te verminderen, moet Nederland met de EU inzetten op digitale soevereiniteit. Dat betekent investeren in eigen infrastructuur, eigen software-ecosystemen en Europese standaarden. Projecten als GAIA-X, een Europese cloudinfrastructuur gebaseerd op open normen, zijn daarin een belangrijke eerste stap. Ook initiatieven als Nextcloud en Mastodon, die alternatieven bieden voor respectievelijk cloudopslag en sociale media, verdienen publieke ondersteuning.
Europa zou actief moeten investeren in een eigen software- en hardwarestrategie, gericht op open source, Europese samenwerking en onafhankelijkheid van Amerikaanse big tech. Sommige landen zetten al een eerste stap, maar een dergelijke strategie kost geld: schattingen van het Europees Parlement geven aan dat een Europees alternatief voor cloud- en software-infrastructuur tot € 10 miljard aan publieke investeringen vraagt over een periode van vijf tot tien jaar. Nederland zou daar, naar rato van zijn Bruto Binnenlands Product (BBP, de totale waarde van alle goederen en diensten die in een land in een jaar worden geproduceerd) tussen de € 400 en € 600 miljoen aan kunnen bijdragen.
Maar de kosten worden deels gecompenseerd door besparingen op dure licenties, verhoogde datasoevereiniteit en verbeterde privacybescherming. In 2020 bleek uit onderzoek van het Centrum voor Informatieveiligheid en Privacybescherming (CIP) dat de Nederlandse overheid jaarlijks honderden miljoenen uitgeeft aan licenties van bijvoorbeeld Microsoft. Dat zij kosten die bij overstap op opensource deels wegvallen. Daar komt bij dat opensourcesoftware veel flexibeler is aan te passen aan lokale wetgeving en veiligheidsvereisten.
Wat kan jij doen?
Het zijn natuurlijk niet alleen overheden die stappen moeten nemen. Ook jij kunt actief handelen. Allereerst: overstappen op opensourcesoftware zoals LibreOffice in plaats van Microsoft Office, of Mozilla Firefox in plaats van Google Chrome. Ook overstappen op een besturingssysteem als Linux Mint is een mogelijkheid. Financieel gezien zijn deze systemen gratis, maar de prijs wordt deels betaald in gebruiksgemak. Installatie en gebruik vereisen soms wat meer technische kennis en compatibiliteit met commerciële software is niet altijd gegarandeerd. Maar de vrijwilligers van HCC kunnen je daarbij helpen. Overal in het land worden regelmatig workshops gegeven hoe je kunt overstappen op Linux.
Linux-distributies zijn inmiddels steeds gebruiksvriendelijker geworden. Voor basistaken als browsen, tekstverwerking en videobellen zijn de verschillen met Windows of macOS minimaal. Daarbij geven opensourcesystemen gebruikers meer controle over hun data en dat is een cruciaal aspect in een tijdperk van digitale surveillance en dataverkoop.
Ook cloudgebruik verminderen is een verstandige stap. Commerciële cloudopslag (denk aan Google Drive, iCloud en OneDrive) lijkt handig, maar brengt reële risico’s met zich mee. Bestanden worden opgeslagen op buitenlandse servers, vaak buiten de EU, waar ze onderhevig zijn aan wetgeving als de Amerikaanse Cloud Act. Een lokaal alternatief is een NAS (Network Attached Storage), waarmee je je eigen privécloud kunt opzetten. Apparaten van merken als Synology, QNAP of TrueNAS bieden veilige opslag, synchronisatie en toegang op afstand, zonder afhankelijkheid van Amerikaanse big tech.
Bedenk ook eens dat al die datacenters 24/7 bereikbaar dienen te zijn. Realiseer je bijvoorbeeld de hoeveelheid energie dat vraagt. Terwijl je met een NAS zelf kunt bepalen: ik heb die data nu nodig, dus ik schakel mijn NAS in. Bedenk eens welke enorme besparingen mogelijk zijn: niet 24/7 gebruik van elektriciteit maar alleen wanneer het nodig is.
Ook op het gebied van home automation is een lokale aanpak mogelijk. Met Home Assistant kun je slimme apparaten beheren via een eigen server, bijvoorbeeld een Raspberry Pi. Zo behoud je de controle over je gegevens, zelfs in een volledig geautomatiseerd huishouden, tegen zeer lage kosten.
